NL
- 149 -
Foutmelding van de maairobot in het LCD-display (50)
Fout Mogelijke oorzaak Verhelpen
‘Galmsensor’
Maairobot is direct
aan een hindernis
gestopt
- Hindernissensor heeft conti-
nu 10 seconden lang gerea-
geerd
Schakel de hoofdschakelaar (7) uit (OFF)
en zet de robot op een andere plek in het
maaigebied. Schakel de hoofdschakelaar (7)
weer in (ON) en start het maaiproces via het
bedieningsveld (2) opnieuw.
- Controleer of de maairobot door een
hindernis geblokkeerd of tussen bomen,
struiken enz. ingeklemd is. Elimineer de
hindernis of vermijd deze zone
- Indien deze fout vaker optreedt, controleer
dan of de begrenzingsdraad (18) goed is
gelegd. Let met name op nauwe hoeken,
doorgangen, hekken, rotsen enz., en pas
de layout van de begrenzingsdraad (18)
indien nodig aan
‘Begrenzingsdraad-
/ Signaalfout’
De maairobot draait
in een cirkel om het
begrenzingssignaal
te zoeken, en stopt
uiteindelijk helemaal
- Maairobot buiten het maai-
gebied
- Begrenzingsdraad (18) ver-
keerd aangesloten
- Begrenzingsdraad (18) door-
gesneden
- Geen stroomtoevoer
Schakel de hoofdschakelaar (7) uit (OFF) en
weer in (ON). Start het maaiproces via het
bedieningsveld (2) opnieuw.
- Zorg ervoor dat de begrenzingsdraad (18)
correct en in het midden onder het laad-
station (19) is gelegd.
- Controleer de positie van het laadstation
(19).
- Zorg ervoor dat de maairobot zich in het
maaigebied bevindt
- Controleer of de LED-indicatie (21) aan
het laadstation (19) groen brandt
- Indien de maairobot het maaigebied
meermaals verlaat op hetzelfde punt, con-
troleer de omgeving dan op hoogspan-
ningskabels. Verander de positie van de
begrenzingsdraad (18)
- Indien de maairobot het maaigebied ver-
laat op een helling, vermijd dan dit deel
door de positie van de begrenzingsdraad
(18) te veranderen
‘Accu-/Batterijfout’ - Er is een accufout opgetre-
den bij de maairobot.
- De accu (22) kan niet wor-
den geladen.
- Slecht contact van de laad-
pennen (20)
- Accu (22) heeft het einde
van zijn levensduur bereikt
Schakel de hoofdschakelaar (7) uit (OFF) en
weer in (ON). Start het maaiproces via het
bedieningsveld (2) opnieuw.
- Controleer of er een probleem is met de
stroomtoevoer
- Reinig de laadpennen (20)
- Controleer of de accu (22) juist werd ge-
monteerd.
- Controleer of de hoofdschakelaar (7) is
ingeschakeld (ON), terwijl de maairobot
zich in het laadstation (19) bevindt.
- Controleer de positie van het laadstation
(19). Vervang indien nodig de accu (22).
Anl_FREELEXO_LCD_BT_SPK13.indb 149Anl_FREELEXO_LCD_BT_SPK13.indb 149 30.03.2021 13:32:0730.03.2021 13:32:07