EasyManua.ls Logo

Festool HK 85 EB - Onderhoud en Verzorging

Festool HK 85 EB
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Beweeg de zaag altijd naar voren [7-9], en
trek hem
nooit achteruit naar u toe.
Voorkom oververhitting van de snijkanten
van het zaagblad door de snelheid aan te
passen en zorg er bij het zagen van kunst
stof voor dat dit niet smelt. Hoe harder het
te zagen materiaal, des te kleiner moet de
voedingssnelheid zijn.
8.1 Zagen volgens aftekenlijn
De zaagindicaties geven het zaagverloop zonder
geleiderail aan:
0°-snede: [6-1]
45°-snede: [6-2]
8.2 Delen afzagen
De zaag met het voorste gedeelte van de zaag
tafel op het werkstuk zetten, inschakelen en in
de zaagrichting vooruit bewegen.
8.3 Delen uitzagen (invallend zagen)
Om bij invallend zagen een terugslag te
voorkomen dienen de volgende aanwijzingen
beslist in acht te worden genomen:
De zaag altijd met de achterkant van de
zaagtafel tegen een vaste aanslag zetten.
De zaag bij het werken met de geleiderail
tegen de terugslagstop FS-RSP (accessoi
res)[7-7] plaatsen, die op de geleiderail
wordt vastgeklemd.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling
Bij de instelling van invalzaagsneden moet
met de vrije hand de machine altijd worden
vastgehouden.
Plaats uw vingers nooit achter of onder het
zaagblad!
Handelwijze
Zaagdiepte instellen, zie hoofdstuk 7.2.
Hendel [7-1] omlaag drukken.
Het zaagaggregaat draait omhoog in de
stand voor invallend zagen.
Terugtrekhendel [7-2] tot aan de aanslag
omlaag gedrukt houden.
Pendelbeschermkap [7-5]gaat open en het
zaagblad komt vrij.
De zaag op het werkstuk en tegen een aan
slag (terugslagstop) zetten.
De zaag inschakelen.
De zaag langzaam tot de ingestelde zaag
diepte omlaag drukken tot hij inklikt, terug
trekhendel
[7-2] loslaten en in de zaagrich
ting [7-9] vooruit bewegen.
De inkeping [7-4]geeft bij maximale zaagdiepte
en gebruik van de geleiderail het achterste
zaagpunt van het zaagblad (Ø 160 mm) aan.
8.4 Gebruik met elektrische generator (EG)
met aandrijving door
verbrandingsmotor
Festool verleent geen garantie op een
foutloze werking van het elektrisch ge
reedschap met een willekeurige EG.
Het elektrisch gereedschap kan met een EG
worden bediend wanneer aan de volgende voor
waarden is voldaan:
de uitgangsspanning van de EG moet altijd
230VAC ±10% bedragen, de EG dient met
automatische spanningsregeling (AVR -
Automatic Voltage Regulation) uitgerust te
zijn; zonder deze regeling werkt het elek
trisch gereedschap niet correct en kan het
beschadigd raken!
het vermogen van de EG moet minstens 2,5
keer zo groot zijn als de aansluitwaarde
van het elektrisch gereedschap (d.w.z. 6
kW).
bij gebruik van een EG die onvoldoende ver
mogen heeft, kan het toerental schomme
len en het vermogen van het elektrisch ge
reedschap afnemen.
9 Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
Vóór alle onderhouds- en reinigingswerk
zaamheden de stekker altijd uit het stop
contact trekken!
Alle onderhouds- en reparatiewerkzaam
heden, waarvoor het vereist is om de mo
torbehuizing te openen, mogen alleen in
een geautoriseerde onderhoudswerkplaats
worden uitgevoerd.
Klantenservice en reparatie alleen
door fabrikant of door servicewerk
plaatsen. Adres bij u in de buurt op:
www.festool.nl/service
Alleen originele Festool-reserveon
derdelen gebruiken! Bestelnr. op:
www.festool.nl/service
EKAT
1
2
3
5
4
Nederlands
69

Table of Contents