Bl u e t o o t h Co n t r o l Se t Be d i e n i n g S h a n d l e i d i n g
NL
44
Bij inbouw en bedrijf van de servo moet erop gelet worden, dat de servo niet blokkeert.
Let op! Volgende volgorde bij deinbouw van de servo beslist in acht nemen!
1. Ontvanger met de stroomvoorziening verbinden.
2. Trimmer (afb. 3, (11) in middenpositie draaien.
3. Servo aan de ontvanger aansluiten.
4. Servohendel inbouwen. Bij de inbouw moet de stuurinrichting in de middenpositie staan.
6 Besturing van rupsvoertuigen
Rupsvoertuigen worden in de regel door twee motoren aangedreven. Daarbij drijft één motor de
linkerzijde aan, de tweede motor de rechterzijde. Draaien de beide motoren op gelijke snelheid in de
juiste richting, rijdt het model rechtdoor. Draaien de motoren met verschillende snelheden, rijdt het
model in een curve. Draaien de motoren in tegengestelde richting, draait het model op de positie.
Zulke modellen kun je ook op twee verschillende manieren besturen:
Individuele besturing van de motoren
Gescheiden regeling van beide motoren elk via een joystick: Linker motor op M1 (linker joystick),
rechter motor op M3 (rechter joystick). Elke motor wordt afzonderlijk via een joystick bestuurd.
Nadeel: Om exact rechtdoor te rijden, moeten beide joysticks even ver uitgeslagen worden. Het
is een beetje moeilijk.
Intelligente rupsbesturing
Wordt op de ontvanger door kort drukken op de druktoets „select“ de rupsfunctie geacti-
veerd, kan een rups, waarvan de motoren aan M1 en M2 aangesloten zijn, zeer gemakkelijk
en comfortabel via de linker joystick van de zender bestuurd worden. Overeenkomstig de
positie van de joystick worden beide motoren gelijktijdig zo aangestuurd, dat het mo-
del in de gewenste richting rijdt. Zie ook hoofdstuk 4 „ontvanger“ – druktoets select.