GEBRUIKSAANWIJZINGEN
Vóór ieder gebruik moet u zorgvuldig uw handen wassen en het apparaat rei-
nigen, zoals beschreven in de paragraaf “REINIGING, SANERING, DESINFECTIE”.
De ampul en de accessoires zijn uitsluitend voor persoonlijk gebruik, om elk
risico van infecties en besmetting te voorkomen. Tijdens de behandeling is het
aanbevolen om zich tegen eventuele druppels te beschermen. Dit apparaat is
aangewezen voor het toedienen van geneesmiddelen en andere, waarvoor de
toediening via aerosol voorzien is, en deze stoen dienen in elk geval voorge-
schreven te zijn voor de arts. In het geval van te dikke stoen moet verdund
worden met een gepaste fysiologische oplossing, voorgeschreven door de arts.
1. Steekt het netsnoer (A6) vervolgens aan op een stopcontact dat overeenkomt met
de spanning van het apparaat. Hetzelfde moet zo worden geplaatst dat het
niet moeilijk om de scheiding te maken uit het
stopcontact.
2. Giet het door de arts voorgeschreven geneesmid-
del in het onderste deel (C1.4). Steek het bovenste
deel (C1.1+C1.2+C1.3) van de ampul in het onder-
ste deel (C1.4), sluit de ampul door het bovenste
deel (C1.2) rechtsom te draaien.Sluit de vernevelaar
door het bovenste deel (C1.2) met de wijzers van
de klok mee te draaien.
3. Sluit de accessoires aan zoals aangeduid wordt in
het “aansluitschema”.
4.
Stel de keuzeschakelaar van de ampul in voor de gewenste granulometrie, zoals
beschreven wordt in de paragraaf “Gebruikswijze van de ampul RF9”.
5. Ga gemakkelijk neerzitten en houd de vernevelaar in de ene hand, plaats het
mondstuk op uw mond of gebruik het neusstuk of het masker. Wanneer u als
hulpstuk het masker gebruikt, moet u die op uw gezicht aanbrengen zoals
aangetoond in de afbeelding (met of zonder gebruik van de elastiek).
6.
Stel het toestel in werking door de schakelaar (A1) te activeren en adem diep in en uit.
7. Schakel het toestel na de behandeling uit en trek de stekker uit het stopcontact.
LET OP: Indien na de therapiebehandeling duidelijk zichtbaar vocht in slang (B)
aanwezig is, de slang losmaken van de vernevelaar en drogen met de ventilatie
van de compressor zelf. Deze handeling voorkomt de mogelijke verspreiding van
schimmels in de slang.
ADEMHALINGS
WEGEN
BOVENSTE
LUCHTWEGEN
ONDERSTE LUCHTWEGEN
Orofaryngeaal
gedeelte
Tracheobron-
chiaal
gedeelte
Pulmonaal
gedeelte
Perifeer
gedeelte
CONFIGURATIE
AMPUL
Zonder
Keuzeschakelaar
Keuzeschakelaar
in positie 1
Keuzeschakelaar
in positie 2
Keuzeschakelaar
in positie 3
MMAD
(m)
7.71
(3)
5.12
(1)
3.67
(1)
2.49
(1)
Snelheid
(ml/min’)
0.53
(2)
0.36
(2)
0.30
(2)
0.23
(2)
Respirabele
fractie
< 5 m (FPF)
26.7%
(3)
48.8%
(1)
63.4%
(1)
83.1%
(1)
(1) In vitro karakterisering uitgevoerd door TÜV Rheinland Italia S.r.l. in samenwerking met de Universiteit van
Parma en in overeenstemming met de Europese Standaard voor apparaten voor aerosoltherapie Norm EN
13544-1:2007 + A1. Meer informatie is op aanvraag beschikbaar.
(2) Gegevens gemeten volgens interne procedure van Flaem I29-P07.5 De waarden van de Afgiftesnelheid
kunnen variëren op grond van de ademhalingscapaciteit van de patiënt. Meer details zijn op aanvraag be-
schikbaar.
(3) Gegevens berekend op grond van de waarden die verkregen zijn met de Malvern Spraytec en vergeleken
werden met de waarden van de testen die uitgevoerd zijn op de Universiteit van Parma
Om de ampul zonder keuzeschakelaar te gebrui-
ken, neemt u het hoofddeel van de ampul stevig
vast en draait u de granulometrieregelaar (C1.1)
met de andere hand rechtsom tot deze door het
bovenste gedeelte (C1.2) uitgestoten wordt
55