EasyManua.ls Logo

Flex CSM 57 18-EC - Geluid en Trilling

Flex CSM 57 18-EC
256 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
70
CSM 57 18-EC
zaagblad vastloopt, kan het omhoog
bewegen of terugslaan van het werkstuk
wanneer de zaag opnieuw wordt gestart.
d) Ondersteun grote panelen om het
risico op beknelling van het zaagblad
en een terugslag te minimaliseren.
Grote panelen hebben de neiging door
te zakken onder hun eigen gewicht. Er
moeten steunen aan beide zijden onder
het paneel worden geplaatst, in de buurt
van de zaaglijn en bij de rand van het
paneel.
e) Gebruik geen botte of beschadigde
zaagbladen. Botte of onjuist ingestelde
zaagbladen maken een smalle zaagsnede
die excessieve wrijving tot gevolg heeft,
waardoor het zaagblad vast komt te zitten
en een terugslag veroorzaakt.
f) De vergrendelingshendels voor het
instellen van de zaagbladdiepte en de
afschuining moeten goed vast zitten
voordat u begint met zagen. Als de
zaagbladinstelling tijdens het zagen
verschuift, kan het zaagblad hierdoor
vastlopen en een terugslag veroorzaken.
g) Wees extra voorzichtig bij het zagen in
bestaande muren of andere gebieden
waar u niets ziet. Het uitstekende
zaagblad kan voorwerpen zagen die een
terugslag kunnen veroorzaken.
Veiligheidsinstructies voor zagen
met pendelbeschermkap
Functie van de onderste beschermkap
a) Controleer voor elk gebruik of de
onderste beschermkap goed sluit.
Gebruik de zaag niet als de onderste
beschermkap niet vrij kan bewegen
en onmiddellijk sluit. Klem of bind de
onderste beschermkap nooit in de open
stand vast. Als de zaag per ongeluk valt,
kan de onderste beschermkap verbogen
raken. Til de onderste beschermkap op
met behulp van de terugtrekhendel en
zorg ervoor dat deze vrij kan bewegen en
het zaagblad of enig ander onderdeel niet
raakt, in alle hoeken en diepten van de
zaagsnede.
b) Controleer de werking van de onderste
beschermveer. Als de beschermkap
en de veer niet naar behoren werken,
moeten ze voor gebruik worden
nagekeken. De onderste beschermkap
kan traag werken als gevolg van
beschadigde onderdelen, rubber
afzettingen of een opeenhoping van vuil.
c) De onderste beschermkap mag alleen
handmatig worden ingetrokken
voor speciale zaagsneden zoals
“invalsneden” en “samengestelde
sneden”. Til de onderste beschermkap
op met de terugtrekhendel en zodra
het zaagblad in het materiaal komt,
moet de onderste beschermkap worden
losgelaten. Voor al het andere zagen moet
de onderste beschermkap automatisch
werken.
d) Let er altijd op dat de onderste
beschermkap het zaagblad bedekt
voordat u de zaag op een bank of vloer
neerzet. Een onbeschermd, uitlopend
zaagblad zorgt ervoor dat de zaag
achteruit loopt en zaagt wat er op zijn pad
komt. Houd rekening met de tijd die het
zaagblad nodig heeft om tot stilstand te
komen nadat de schakelaar is losgelaten.
Geluid en trilling
Het geluidniveau en trillingswaarden werden
bepaald in overeenstemming met EN 62841.
Het A-gewogen geluidsniveau van het
elektrisch gereedschap is typisch:
Geluidsdrukniveau L
pA
: 95 dB(A)
Geluidsvermogen L
WA
: 103 dB(A)
Onzekerheid: K = 3 dB
Totale trillingswaarde:
Emissiewaarde a
h
: < 2,5 m/s
2
Onzekerheid: K = 1,5 m/s
2
OPGELET!
De aangegeven waarden hebben betrekking
op nieuwe elektrische gereedschappen.
Door het dagelijks gebruik kunnen het
geluidniveau en trillingswaarden veranderen.
OPMERKING
De trillingsemissiewaarde vermeld
op het informatieblad werd gemeten
in overeenstemming met een
gestandaardiseerde meetmethode conform
EN 62841 en kunnen worden gebruikt voor
vergelijkingen met ander gereedschap.
De opgegeven totale trillingswaarde(n) en
de opgegeven geluidsemissiewaarde(n) zijn
gemeten volgens een gestandaardiseerde

Table of Contents

Related product manuals