73
CSM 57 18-EC
Druk op de asvergrendelknop (14)
en gebruik de inbussleutel om de
zaagbladbout (8) te draaien totdat
de asvergrendelknop grijpt. Houd de
asvergrendelknop (14) ingedrukt, draai
de zaagbladbout (8) tegen de klok in en
verwijder de zaagbladbout en de buitenste
ring (7) (zie afbeelding C1).
Zorg ervoor dat de zaagtanden en de pijl
op het zaagblad in dezelfde richting wijzen
als de pijl op de onderste beschermkap (9).
Trek de onderste beschermkap (9) helemaal
omhoog in de bovenste beschermkap.
Schuif het zaagblad door de sleuf in de
voet en monteer het tegen de binnenste
ring op de as.
Breng de buitenste ring (7) opnieuw aan.
Draai eerst de zaagbladbout (8) met
uw hand met de klok mee vast. Gebruik
vervolgens de meegeleverde inbussleutel
(18) om deze stevig vast te draaien (zie
afbeelding C2).
Spanenbak (zie afbeelding D1-
D2)
WAARSCHUWING!
Raak het zaagsel en de spanenbak na
gebruik niet direct met blote handen aan.
Deze kunnen extreem heet zijn en u kunt
brandwonden oplopen.
WAARSCHUWING!
Draag oogbescherming of een
veiligheidsbril bij het legen van de
spanenbak.
Zaagstof wordt opgevangen in de spanenbak.
Observeer de zaagstofophoping in de
spanenbak via het transparante venster (13).
Deponeer het zaagsel regelmatig in de
spanenbak voordat deze vol raakt.
Duw de gesp (12) omhoog om het deksel
van de spanenbak (11) te openen. Deponeer
het zaagsel terwijl het gereedschap naar
beneden is gericht.
De zaagdiepte aanpassen
(zie afbeelding E)
Verwijder de accu.
Draai de instelhendel voor diepte (16) los.
Houd de bodemplaat van de zaag vlak
tegen de rand van het werkstuk en breng
de zaag omhoog of omlaag totdat de
indicatiemarkering op de diepteschaal (17)
zich op één lijn bevindt met de gewenste
dieptemarkering.
Draai de instelhendel voor diepte (16)
stevig vast.
Voor de juiste diepte-instelling moet het
zaagblad ongeveer 3 mm onder het te
zagen materiaal uitsteken.
Langsgeleider (zie afbeelding F1-
F2)
Met de langsgeleider (23) kunt u nauwkeurige
parallelle zaagsneden maken bij het zagen
van een werkstuk.
Verwijder de accu.
Schuif de langsgeleider (23) in de
langsgeleidersleuven aan de voorkant van
de zaagbasis.
Stel de langsgeleider in op de gewenste
zaaglengte. Maak de vergrendelingsknop
(20) vast.
Klem en ondersteun het werkstuk stevig
voordat u gaat zagen.
Plaats de langsgeleider stevig tegen de
rand van het werkstuk. Als u dit doet, krijgt
u een nauwkeurige zaagsnede zonder dat
het zaagblad klem komt te zitten.
Zorg ervoor dat de geleidingsrand van
het werkstuk recht is, zodat u een rechte
zaagsnede maakt.
Spanthaak (zie afbeelding G)
Gebruik de spanthaak (15) om de zaag op te
hangen aan een spant of balk, of een andere
soortgelijke veilige structuur voor tijdelijke
opslag tijdens het werk.
De spanthaak (15) kan 90° of 180° worden
gedraaid.
Om de haak te gebruiken, draai de haak
totdat deze vastklikt in de open stand.
Wanneer de haak niet wordt gebruikt, duw
deze dan altijd naar de gesloten positie.
WAARSCHUWING!
Als de zaag aan de haak is opgehangen,
schud de zaag of het object waar de
zaag aan hangt niet. Hang de zaag niet
aan elektriciteitskabels. Zorg ervoor dat
de constructie die wordt gebruikt om de
zaag aan op te hangen voldoende stevig
is. Er kan persoonlijk letsel of schade aan
eigendommen ontstaan.