10. Woordenlijst
Alarmgeheugen: Een opslagmedium op de detector dat signalen kan
opnemen die door de detector worden gegenereerd.
Antimaskering (AM): Een functie van de detector waarmee kan worden
ontdekt of iemand probeert de detector te maskeren (bijvoorbeeld door er
overheen te verven). Wanneer maskering wordt ontdekt, wordt een relais
geactiveerd.
Dagmodus: De detector hoeft geen alarmsignaal of –alarmbericht te
genereren wanneer deze wordt geactiveerd door een voorbijlopende
persoon.
Gordijnen: Een verticale doorlopende laag van detectiezones. De PIR-
detector kan alleen bewegingen binnen de gordijnen detecteren en niet in de
ruimtes ertussen.
Gordijnlocatiemodus (CLM): Een functie van de detector die exact de
randen van de gordijnen herkent.
Looptest: Een operationele test die wordt uitgevoerd door de installateur
om te zien of de unit een alarm genereert.
Maskering: Een fysieke barrière plaatsen (zoals papier, metaal of verf)
vlakbij of op de detector, wat de unit verhindert indringers te detecteren.
Nachtmodus: De detector genereert een alarmsignaal of –alarmbericht
wanneer deze wordt geactiveerd door een voorbijlopende persoon.
Test op afstand: Het controlepaneel bewaakt de sensor van de detector en
is geassocieerd met de ingebouwde signaalverwerkende schakeling.
Technische fout (TF): Het foutsignaal of –bericht dat wordt gegenereerd op
het AM-relais wanneer er een fout optreedt in de detector.
Zelftest: Detector bewaakt zelf de sensor en is geassocieerd met de
ingebouwde signaalverwerkende schakeling.
11. Technische specificaties
Aansluitspanning 9 VDC tot 15 VDC (12 V nominaal)
Piek-tot-piek rimpel 2 V (bij 12 VDC)
Huidig stroomverbruik:
Normale werking in bedrijf 20 mA
Alarm 24 mA
Maximum 34 mA
Controle-ingangsspanning Lage 0 to1.5 VDC
(aansluitingen 10-11-12) Hoge 3,5 tot 15 VDC
Montagehoogte Min. 1,8 m, max 3,0 m
Bewegingsnelheid 10 cm/sec. tot 4 m/sec.
Alarmrelais Optische relais is immuun voor magnetische invloeden
Alarmuitgang 80 mA bij 30 VDC max.
Sabotage-uitgang 80 mA bij 30 VDC max.
- 59 -