EasyManua.ls Logo

GOK LAG 2000 A - Page 96

GOK LAG 2000 A
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Lekindicator type LAG 2000 A
12 / 28 artikelnr. 15 072 56 d
Tabel 4
Opslagmateriaal
Montage LIV-reservoir / Zone
Opmerking
ontvlambare
licht ontvlambare
extreme ontvlambare
vlampunt ≤ 55 °C
explosiegevaarlijke zone 1
Geleidende verbinding
5)
explosiegevaarlijke zone 2
doorvoer
gasdicht geschieden
6)
ontvlambare vloeistoffen van de
categorie 3,
niet ontvlambare
vlampunt >55 °C bis 100 °C
niet explosiegevaarlijke zone
Gezamenlijke opslag van
ontvlambare en niet ontvlambare
vloeistoffen volgens GefStoffV
Worden niet ontvlambare vloeistoffen in onderverdeelde
opslagcontainers tezamen met ontvlambare vloeistoffen
opgeslagen, dan gelden de voorwaarden voor de opslag
van ontvlambare vloeistoffen.
gevaar voor het aquatisch milieu
Bij de opslag van stoffen met gevaar voor het aquatisch
milieu moeten de geldende wettelijke en technische
bepalingen in acht worden genomen.
5)
zie montagevoorschriften verbindingsleiding LIV-reservoir – bewakingsruimte van de tank
6)
Kanalen van verbindingsleidingen, die uit de koepelschacht komen, moeten tegen het
binnendringen van brandbare vloeistoffen en de dampen ervan worden beschermd.
Montageplaats van het LIV-reservoir
Het LIV-r
eservoir moet conform EN 13160-3 dusdanig geplaatst worden dat:
• de hydrostatische druk van de lekindicatievloeistof op het diepste punt van de tank ten
minste 30 mbar (= 3 kPa) hoger is dan zowel de maximale druk van het op te slane
bedrijfsmedium op het diepste punt van de tank (inclusief de bedrijfsdruk) als de maximale
druk van het grondwater op het diepste punt van de tank, en dat de druk in de
bewakingsruimte niet de nominale druk van de bewakingsruimte overschrijdt.
Opmerking 1: Nominale druk PN beantwoordt hier aan de maximaal toegestane druk p
s.
Opmerking 2: De bouwnormen voor tanks bevatten alleen gegevens bij de testdruk van de
bewakingsruimte p
t,2
, maar geen bij de maximaal toegestane druk van de
bewakingsruimte p
s,2.
• de transmissie-inrichting naar boven uitgetrokken moet worden
• in het LIV-reservoir, de transmissie-inrichting en de kabelverbindingsarmatuur (toebehoren)
noch oppervlakte- of neerslagwater, noch vuiligheid en zand kunnen binnendringen
• het beschermd is tegen uv-straling

Table of Contents