– de gashendel in een tussenstand zetten tus-
sen «LANGZAAM» en «SNEL».
Mechanische aandrijving
en zet de versnellingshendel in de stand
-
-
LET OP! U dient het pedaal geleide-
lijk op te laten komen om te beletten dat
de machine, door een te bruuske start,
begint te steigeren en u de macht over
het stuur kwijtraakt.
-
-
snelling naar de andere over te gaan dient
Hydrostatische aandrijving
-
-
pedaal uit te voeren en de gashendel te be-
dienen.
LET OP! Het inschakelen van de
koppeling dient uitgevoerd te worden zo-
als reeds eerder beschreven is (zie 4.32)
om te voorkomen dat de machine door
een te bruuske bediening kan gaan stei-
geren en u de macht over het stuur ver-
liest, vooral op hellingen.
5.4.3 Remmen
stilstaat.
Hydrostatische aandrijving
5.4.4
BELANGRIJK Het inschakelen van de achter-
uitversnelling dient altijd bij stilstand te gebeuren.
BELANGRIJK m achteruit te kunnen rijden
met de snij-inrichtingen ingeschakeld, moet men
de toets voor toelating (zie 4.7) ingedrukt hou-
den om te vermijden dat de motor stilvalt.
Mechanische aandrijving
-
-
-
noeuvre.
Hydrostatische aandrijving
-
5.4.5 Het gras maaien
-
-
sleept.
-
houden tussen de rand van de snijgroep en de
grond.
LET OP! Deze werkzaamheid moet
steeds op beide wieltjes uitgevoerd worden,
die op dezelfde hoogte geplaatst moeten
worden, BIJ UITGESCHAKELDE MOTOR EN
SNIJ-INRICHTINGEN.