temperatuurkomtbuitenhetingesteldetemperatuurbereik,dangeeftdemonitoreenalarmsignaal.Het
temperatuurbereikvoorhetalarmwordtingestelddoordeboven-enondergrensvoordetemperatuurin
testellenonder“Celsius”of“Fahrenheit”inhet“Temp.Setting”Menu(zieFig.16).
3.4 Camera instellingen (Cam setting)
Debabyfoonsetheefteencameradiestandaardgekoppeld(gepaired)ismetdemonitor.Inhet“Cam
Setting”menukrijgtelkecameraeenapartkanaalopdemonitor.Hierdoorkunnenextracamera’sworden
gekoppeldaandemonitor.
1. Wanneerueenextracamerawiltkoppelen,kiesdanhetaantalcamera’sdaterinhettotaalaande
monitorgekoppeldmoetworden.Kiesvervolgensheticoon“cameratoevoegen”
endruktheZoom/
OKknop
omdekeuzetebevestigen.(zieFig.17)
Ophetschermverschijntdeboodschap“pressthepairingbuttononthebabyunit”.Drukzodradeze
boodschapverschijntKORTopdeAan-/uitknop(minderdan1seconde)vandecamera.Decameraisnu
gekoppeldaandemonitor.
2. Wanneerueengekoppeldecamerawiltverwijderen,kiesdanhetaantalteverwijderencamera’sen
selecteervervolgenshet“verwijdercamera”icoon
(zieFig.17).
3.5 VOX Gevoeligheid (VOX sensitivity)
InditsubmenukuntudegevoeligheidvandeVOXfunctie(stemactivering)instellen.Wanneeruhet
gevoeligheidsniveauinsteltophoog(HIGH),danzalhetschermaangaanbijweiniggeluid(zieFig.18).
4. BEELDSCHERMWEERGAVE
Destatusbalkbovenaanhetschermgeeftdestatuseninstellingenvandebabyfoonweer(zieFig.19).
1. Indicatorsignaalsterkte
2. Indicatorcameranummer
3. Indicatortemperatuuralarmaan/uit
4. Weergavekamertemperatuur
5. Indicatorzoomin
6. Indicatormuziek
7. Voedingstimer(weergavetijdtotalarm)
8. Terugspreekfunctie
9. Batterijstatus/indicatorvooropladen
NL