TPD1397EID Chapter 6
69
Lijst met mogelijke oorzaken
1. Capaciteit accu te laag.
2. Slechte elektrische verbindingen.
3. Storing in startmotor.
4. Verkeerde soort motorolie.
5. Startmotor laat motor te langzaam draaien.
6. Brandstoftank leeg.
7. Storing in stopsolenoïde, contacten of kabels.
8. Vernauwing in brandstoeiding.
9. Storing in brandstofopvoerpomp.
10. Vervuild brandstoflter.
11. Vernauwing in luchtinlaatsysteem.
12. Lucht in brandstofsysteem.
13. Slecht werkende verstuivers of verkeerd type verstuivers.
14. Verkeerd gebruik van het koudstartsysteem.
15. Storing in koudstartsysteem.
16. Vernauwing in brandstoftank-ontluchting.
17. Verkeerd soort / verkeerde kwaliteit brandstof gebruikt.
18. Beperkte beweging van motortoerenregeling.
19. Vernauwing in uitlaatpijp.
20. Motortemperatuur te hoog.
21. Motortemperatuur te laag.
22. Onjuiste klepspelingen.
23. Te veel olie of verkeerd type olie is gebruikt in nat type
luchtlter, indien aangebracht.
24. Onvoldoende motorolie in carter.
25. Defecte meter.
26. Vervuild motorolielterelement.
27. Ventilator beschadigd.
28. Defect aan de motorophanging of vliegwielhuis.
29. Te veel motorolie in carter.
30. Vernauwing in lucht- of waterleidingen van radiateur.
31. Vernauwing in ventilatieleiding.
32. Onvoldoende koelvloeistof in het systeem.
33. Vacuümleiding lekt of storing in uitlaat.
34. Storing in brandstonspuitpomp.
35. Aandrijving brandstonspuitpomp defect.
36. Timing brandstonspuitpomp incorrect.
37. Kleptiming incorrect.
38. Slechte compressie.
39. Lekkage van cilinderkoppakking.
40. Kleppen niet vrij.
41. Verkeerde type hoge-drukleidingen aangebracht.
42. Uitgesleten cilinderboringen.
43. Lekkage tussen kleppen en zittingen.
44. Zuigerveren niet vrij, of versleten of gebroken.
45. Klepstelen en/of -geleiders versleten.
46. Krukaslagers versleten of beschadigd.
47. Motoroliepomp versleten.
48. Overdrukklep sluit niet.
49. Overdrukklep opent niet.
50. Overdrukklepveer defect.
51. Storing in aanzuigleiding motoroliepomp.
52. Zuiger beschadigd.
53. Zuigerhoogte incorrect.
54. Vliegwielhuis of vliegwiel niet correct uitgelijnd.
55. Storing in thermostaat of thermostaat niet van het correcte
type.
56. Vernauwing in koelvloeistofkanalen.
57. Storing in waterpomp.
58. Klepsteelafdichting beschadigd.
59. Vernauwing oliecarterzeef.
60. Klepveer gebroken.
61. Ventilatiesysteem versleten of defect.
62. Ventilatie-opening voor ventilatieklep verstopt.
63. Lekkage in luchtsysteem (niet opgeladen motoren en
motoren met turbocompressor).
64. Reserve.
65. Aandrijfriem van waterpomp los.
66. Vernauwing in buitenboordkraan of buitenboordwaterlter.
67. Onvoldoende koelvloeistof in circuit.
68. Vernauwing in warmtewisselaar of oliekoeler.
69. Storing in buitenboordwaterpomp.
70. Beweging van bedieningshendel van keerkoppeling niet gelijk
in beide richtingen.
71. Onvoldoende beweging van bedieningskabel van
keerkoppeling.
72. Bedieningskabel voor keerkoppeling niet vrij te bewegen,
stralen te gering of kabel gebroken.
73. Verkeerd soort olie in keerkoppeling.
74. Oliekoeler vereist voor de keerkoppeling onder huidige
bedrijfsomstandigheden.
75. Versleten of defecte aandrijvingsonderdelen.
76. Verkeerd type schroefas of niet goed aangepast.
77. Schroefas beschadigd.