6
BEDIENINGSPANELEN
Alle koelkasten zijn voorzien van een hoofdschakelaar (1) en thermoregelaar (2):
"NORMALE TEMPERATUUR” (48)
"LAGE TEMPERATUUR” (49)
"LAGE TEMPERATUUR” (49a)
AANSLUITING EN FUNKTIONEREN
Om het apparaat op te starten, de volgende handelingen uitvoeren:
de stekker in het stopkontakt stoppen; (50)
de netschakelaar op stand ON zetten; (51)
op de hoofdschakelaar (1) drukken; het groene controlelichtje van de hoofdschakelaar zal gaan branden;
dan is het mogelijk de werktemperatuur in te stellen door middel van een geschikte instelling van de
thermoregelaar (2).
Op het thermoregelaar -display (2) , na verloop van de noodzakelijke tijd - controleren, of de interne
temperatuur van de apparaten overeenkomt met de ingestelde temperatuur.
INSTELWAARDE EN CONFIGURATIEPARAMETERS
“NORMALE TEMPERATUUR” (48)
Instelling setpoint werk
• Druk op
de LED gaat knipperen
• De ingestelde waarde van de temperatuur kan worden aangepast binnen 15 seconden met behul van
de toetsen
of
• Druk na de aanpassing op
om te bevestigen of, in plaats daarvan, voer gedurende 15 seconden
geen handeling uit.
Het is ook mogelijk de setpoint werk in te stellen middels parameter SP.
Setpoint werk
LABEL MIN. MAX. M.E. DEF. SETPOINT WERK
r1 r2 °C/°F (1) 0 setpoint werk
Instelling configuratie-parameters
Om toegang te krijgen tot de procedure::
• Controleer of er geen andere procedure in uitvoering is
• Druk 4 seconden op
en ; het instrument geeft “PA” weer
• Druk op
• Druk binnen 15 sec. op
of om “-19” in te stellen
• Druk op
of voer gedurende 15 sec. geen handeling uit
• Druk 4 seconden op
en ; op de display verschijnt “SP”
Om een parameter te selecteren:
• Druk op
of
Om de waarde van een parameter aan te passen:
• Druk op
• Druk binnen 15 sec. op
of
• Druk op
of voer gedurende 15 sec. geen handeling uit
POS BESCHRIJVING
1 HOOFDSCHAKELAAR
2 THERMOREGELAAR