EasyManua.ls Logo

Sagi HD70 - Page 131

Sagi HD70
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
9
d9 0 1 - 0
Nulstelling van de protecties van de compressor bij de activering van de
ontdooiing (alleen indien d1=1; 1=SI)
dP 0 99 - 0
Minimum tijd van inschakeling van de compressor bij de activering van de
ontdooiing opdat de ontdooiing zelf kan worden geactiveerd (alleen indien d1 =
1) (12)
LABEL MIN. MAX. M.E. DEF. ALARMEN
A0 0.1 15 °C/°F (6) 2
Hysterese (differentieel, met betrekking tot A1A en A1b, alleen indien A2A
en/of A2b0)
A1A -99 99 °C/°F (6) -2
Temperatuur waarbeneden het alarm van minimum temperatuur wordt
geactiveerd; zie ook A2A
A2A 0 2 - 1
Type alarm minimum temperatuur (0 = wordt nooit geactiveerd, 1 = minimum
met betrekking tot setpoint werk, 2 = minimum absoluut)
A1b -99 99 °C/°F (6) 15
Temperatuur waarboven het alarm van maximum temperatuur wordt
geactiveerd; zie ook A2b
A2b 0 2 - 1
Type alarm maximum temperatuur (0 = wordt nooit geactiveerd, 1 = maximum
met betrekking tot setpoint werk, 2 = maximum absoluut)
A3 0 240 min 120
Tijd van uitsluiten alarm maximum temperatuur vanaf de inschakeling van het
instrument (alleen indien A2b 0) (13)
A6 0 240 min 15
Tijd van uitsluiten van het temperatuuralarm (alleen indien A2A en/of A2b 0)
(14)
A7 0 240 min 60
Tijd van uitsluiten van het alarm van maximum temperatuur vanaf het einde van
het stoppen van de ventilator van de verdamper (alleen indien A2b 0) (13)
LABEL MIN. MAX. M.E. DEF. VENTILATOR VAN DE VERDAMPER
F1 -99 99 °C/°F (6) -1
Temperatuur waarboven de ventilator van de verdamper wordt uitgeschakeld
(betrekking hebbend op de temperatuur van de verdamper, alleen indien /Ab
= 1 en indien F7 = 3 of 4); zie ook F6
F2 0.1 15 °C/°F (6) 2
Hysterese (differentieel, met betrekking tot F1, alleen indien /Ab = 1 en
indien F7 = 3 of 4)
F4 0 2 - 0
Functionaliteit van de ventilator van de verdamper tijdens de ontdooiing en
de uitdruppeling (0=geforceerd uit, 1=geforceerd aan, 2=vastgesteld met F7)
F5 0 15 min 3 Tijds stilstand ventilator verdamper
F6 0 1 - 0
Type thermostatie van de ventilator verdamper (alleen indien /Ab = 1 en
indien F7 = 3 of 4;
0 = absoltuut, 1 = met betrekking tot de temperatuur van
de cel) (15)
F7 0 4 - 1
Functionaliteit van de ventilator verdamper tijdens het normale functioneren
(0=geforceerd uit, 1=geforceerd aan, 2=parallel aan compressor,
3=vastgesteld met F1 en F2, 4=vastgesteld met F1 en F2 indien de
compressor is ingeschakeld, geforceerd uit indien de compressor is
uitgeschakeld)
LABEL MIN. MAX. M.E. DEF. TYPE CONTACT VAN DE KLEP VAN DE VERDAMPER)
ur 0 1 - 1 Type contact van de klep van de verdamper (0 = NC, 1 = NA)
LABEL MIN. MAX. M.E. DEF. SERIEEL NET (EVCOBUS)
L1 1 15 - 1 Adres instrument
L2 0 7 - 0 Groep instrument
L4 0 3 - 1 Baud Rate ( 0=1.200 baud, 1=2400 baud, 2=4800 baud, 3=9.600 baud)
(6) De meeteenheid is afhankelijk van parameter /8
(7) De ontdooiing wordt geactiveerd indien de temperatuur van de verdamper onder de met parameter d2 vastgestelde temperatuur van einde ontdooiing is
(8) De aanpassing van de waarde van de parameter is effectief na een onderbreking van de stroomvoorziening van het instrument
(9) Indien de parameter is ingesteld op 0, wordt de ontdooiing beëindigd op tijd (parameter d3) en indien parameter F7 is ingesteld op 3 of 4, werkt de
ventilator van de verdamper parallel aan de compressor, tenzij vastgesteld met parameters F4 en F5
(10) Indien de tijd van inschakeling van de compressor minder is dan 30 sec., gaat de compressor niet aan; indien het alarm fout sonde cel zich voordoet
tijdens een vertraging bij de inschakeling van de compressor, wordt de compressor 1 minuut geforceerd uitgeschakeld; de parameter C1 stelt ook het
minimum tijdsverloop vast tussen het einde van een alarm fout sonde cel en de opeenvolgende inschakeling van de compressor (indien parameter C1 is
ingesteld op 0, wordt de compressor 2 minuten geforceerd uitgeschakeld)
(11) Indien bij de activering van de ontdooiing de temperatuur van de cel beneden “setpoint werk + r0” ligt, geeft het instrument niet de temperaturen weer
die boven deze waarde liggen; indien bij de activering van de ontdooiing de temperatuur van de cel boven “setpoint werk + r0” ligt, geeft het instrument niet
de toenames van de temperatuur weer, behalve als de toename komt beneden “setpoint werk+ r0” als geldt in voorgaand geval; de deblokkering van de
temperatuur geschiedt, nadat de stilstand van de ventilator verdamper is beëindigd, wanneer de temperatuur van de cel onder de blokkeringstemperatuur
zakt
(12) Indien bij de activering van de ontdooiing de eerdere inschakeling van de compressor is geschied in minder tijd dan de met de parameter vastgestelde
tijd, wordt de compressor geforceerd ingeschakeld voor een fractie teneinde de met de parameter zelf vastgestelde tijd vol te maken
(13) De activering van een alarm van minimum temperatuur die zich voordoet gedurende deze tijd van uitsluiting, stelt de tijd zelf op nul
(14) Een temperatuuralarm dat niet verdwijnt bij de beëindiging van de met parameter A3 vastgestelde tijd, wordt verder uitgesloten voor de met parameter
A6 vastgestelde tijd; een temperatuuralarm dat zich voordoet tijdens de ontdooiing en dat niet verdwijnt bij de beëindiging van de met parameter A7
vastgestelde tijd wordt verder uitgesloten voor de met parameter A6 vastgestelde tijd
(15) De temperatuur waarboven de ventilator van de verdamper wordt uitgeschakeld, wordt vastgesteld door “temperatuur van de cel - F1” ; de parameter
F1 wordt beschouwd in zijn absolute waarde.

Table of Contents