20
Ook de onderliggende gedeeltes moeten goed gereinigd en onderhouden worden voor een perfecte
hygiene. Met water en zeep of neutraal schoonmaakmiddel reinigen. (71)
ALGEMENE REINIGING EN ONDERHOUD
Voor een konstant functioneren van het apparaat moeten handelingen van algemene reiniging en
onderhoud worden verricht.
Voor hiermee te beginnen als volgt te werk gaan:
− de hoofdschakelaar op OFF zetten (16)
− de stekker uit het stopkontakt trekken en wachten tot het apparaat geheel ontdooid is. (17)
Als het condensaatopvangbekken zich onder de koelkast bevindt, dient het condensaat regelmatig
verwijderd te worden (62).
Met een stofzuiger, een kwast of een niet stalen borstel de kondensator van de koelgroep en de
binnenverdamper goed schoonmaken. (73)
OPGELET: De reiniging en het onderhoud van het koelsysteem en van de kompressorruimte moet
uitgevoerd worden door een gespecialiseerd en geautoriseerd technicus, en kan daarom niet
worden uitgevoerd door ongeschikt personeel. (30)
De oppervlakten aan de binnen- en buitenkant met water en zeep schoonmaken of met een neutraal
schoonmaakmiddel; een beetje azijn in het water neemt eventuele vieze geuren weg.
Afspoelen met ruimschoots schoon water en goed afdrogen. (74)
Als het condensaatopvangbekken zich onder de koelkast bevindt, dient het gereinigd te worden en opnieuw
aangebracht te worden in de specifieke gleuven.
De handelingen van algemene reiniging en onderhoud zijn nu beeindigd.
ONDERBREKING VAN HET GEBRUIK
In geval van langdurige onderbreking van het gebruik van het apparaat dient men de volgende handelingen
te verrichten om het in zo goed mogelijke staat te bewaren:
− de lichtnetschakelaar op OFF zetten (16)
− de stekker uit het stopkontakt nemen (17)
− het apparaat legen en reinigen zoals beschreven in het hoofdstuk "REINIGING" (76)
− de deuren van de cellen gedeeltelijk open laten om te voorkomen dat zich een onaangename geur
vormt. (77)
− de kompressorgroep met een nylon doek bedekken om deze tegen stof te beschermen. (78)
STORINGEN IN DE WERKING
Vaak zijn de storingen die eventueel in de werking op kunnen treden te wijten aan kleine oorzaken die u
meestal zelf kunt verhelpen. Dus verricht voordat u de technische dienst inschakelt eerst de volgende
eenvoudige controles:
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAKEN
Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit Het apparaat gaat niet aan
Controleer of er stroom naar het stopcontact gevoerd
wordt
Controleer de regeling van de thermostaat
Ga na dat er geen warmtebron in de buurt is
waardoor het apparaat beïnvloed wordt
De binnentemperatuur is te hoog
Controleer of de deur goed sluit