NL/BE56
OPMERKING: Rechtsonder op het display
4
knippert een klein puntje om de timer te simuleren.
5.6 Oscillatiefunctie
Druk op de oscillatietoets
3
om de oscilla-
tie van het apparaat in of uit te schakelen.
Wanneer deze met succes is geactiveerd, wordt
het geselecteerde oscillatieniveau weergegeven
op het display
4
.
Je kunt kiezen uit 4 niveaus van 30°-60°-90°-
120°.
De oscillatiefunctie zorgt ervoor dat de uitgebla-
zen lucht van links naar rechts wordt verspreid.
Om de oscillatiefunctie uit te schakelen, drukt u
op de oscillatieknop
3
totdat "000" op het
display verschijnt.
6. Bediening met de
afstandsbediening
6.1 Het apparaat inschakelen
Opmerking: De toetsen hebben een signaaltoon-
terugkoppeling (voor signaaltonen zie punt 6.7).
Druk op de toets
13
om het product in te
schakelen. Het apparaat start direct in ventila-
tieniveau "003" wanneer het voor het eerst in
gebruik wordt genomen.
Bij verder gebruik start het toestel op hetzelfde
ventilatieniveau dat tijdens de laatste bediening
werd geselecteerd.
6.2 Schakel het apparaat uit
Druk op de knop
13
om het apparaat na
gebruik terug te zetten in de stand-bymodus.
OPMERKING: Het apparaat schakelt uit terwijl
het display
4
ongeveer 10 seconden lang "000"
weergeeft en schakelt dan ook uit.
6.3 Bedrijfsmodus selecteren
Om een bedrijfsmodus te wijzigen, drukt u her-
haaldelijk op de knop
7
totdat de gewens-
te modus wordt weergegeven op het display
4
. Je kunt kiezen uit de modi power, sleep en
nature.
6.4 Ventilatieniveaus selecteren
Druk herhaaldelijk op de knop
10
om het
gewenste ventilatieniveau te verhogen.
Druk herhaaldelijk op de knop
11
om het
gewenste ventilatieniveau te verlagen.
Je kunt kiezen uit 20 verschillende ventilatieniveaus.
Het gewenste ventilatieniveau wordt direct over-
genomen.
Weergave
Bedrijfsmodus
-P-
Vermogensmodus
Het apparaat schakelt over naar
he
t hoogste niveau van de ventila-
tiemodus
-S-
Slaapstand
De maximale snelheid in de
slaapstand is niveau 10. In de
slaapstand wordt de snelheid met
4 niveaus verlaagd en na 10 secon
-
den met 2 niveaus verhoogd en na
no
g eens 10 seconden nogmaals
met 2 niveaus. Daarna wordt de
ingestelde snelheid weer bereikt.
Dit interval duurt 30 minuten. Na
deze tijd verlaagt het apparaat
de snelheid telkens met 2 niveaus.
Dit wordt herhaald tot niveau 2 is
bereikt.