1. Verwijder de bevestigingen (A-
kap (B).
C-
D).
goed op de basis is gemonteerd.
Voor vervangingsintervallen zie het Onderhoudsschema.
1. Tap de olie af terwijl de motor warm is. Zie Olie verwijde-
ren .
A
juiste manier af.
-
dan een 1/2 of 3/4 slag vast.
5. Vul olie bij. Zie onder Olie bijvullen .
6. Start en laat de motor draaien. Controleer of olielekkage
als de motor eenmaal is opgewarmd.
7. Stop de motor en controleer het oliepeil opnieuw. De olie
Olie bijvullen
voor de oliecapaciteit.
1. Verwijder de peilstok (A
schone doek af.
2. Giet de olie langzaam in de vulopening (C). Voeg niet te
veel brandstof toe. Wacht na het bijvullen één minuut en
controleer het oliepeil dan nogmaals.
3. Plaats de peilstok en druk deze goed aan.
4. Verwijder de peilstok en lees het oliepeil af. De olie moet
B) op de peilstok staan.
5. Plaats de peilstok en druk deze goed aan.
WAARSCHUWING
Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ont
vlambaar en explosief.
Brand of explosie kan ernstige brandwonden of
dodelijk letsel veroorzaken.
Nooit de motor starten of laten draaien zonder de
26