5 Apparaatelementen
5.1 Bedienings- en functieelementen
A deksel
B vulzeef
C sproeipijphouder
D polyetheenreservoir
E uitlaatopening
F slangaansluiting
G laadstatusindicator
H loodgel-accu (intern)
I slang
J kunststoffen snelsluitklep met geïntegreerde oliegedempte
manometer
K roestvast stalen sproeipijp
L plastic spuitkoppen (platte straal, Y-dubbelkegel
kleine/grote sproeikop)
M oplaadapparaat met stroomkabel en laadstekker
N pompwipschakelaar voor in-/uitschakelen
O laadbus
P regeldraaiknop voor pomptoerental
Q schouderband met vulling (geen afbeelding)
6 Accu laden en apparaat monteren
6.1 Accu laden
Afbeeldingen 1 - 2
AANWIJZING!
De stroomspanning moet met de stroomgegevens (V~) op het typeplaatje van het
oplaadapparaat overeenkomen.
Gebruik uitsluitend het meegeleverde oplaadapparaat. Het oplaadapparaat mag uitslui-
tend in
droge ruimtes worden gebruikt.
Voor de eerste ingebruikneming moet de accu worden opgeladen. De acculaadtijd
bedraagt bij de eerste 3 laadcycli ong. 8 uur. Alle overige ladingen vereisen een laadtijd
van ong. 3 tot 4 uur. Het einde van het oplaadproces wordt door het oplichten van de
groene LED weergegeven.
Het oplaadapparaat en de accu kunnen tijdens het opladen warm worden. Dit is nor-
maal en geen indicatie van een technisch defect.
De meegeleverde loodgel-accu kan op elk moment,
onafhankelijk van de laadstatus, worden opgeladen. Een volledige ontlading van de
accu dient te worden voorkomen omdat dit de accu beschadigd. Een vroegtijdige
onderbreking van het opladen beschadigt de accu niet.