Steek de laadstekker van het oplaadapparaat in de laadbuis van het apparaat.
Steek nu de stekker van het oplaadapparaat in het stopcontact. Het laadproces begint.
Het laadproces wordt automatisch beëindigd als de laadindicator op het oplaadapparaat
groen oplicht. Het overbeladen van de accu is niet mogelijk.
Haal na het opladen eerst de stekker van het oplaadapparaat uit het stopcontact en pas
dan de laadstekker uit de accu.
ATTENTIE
Bij langdurige opslag kan de accu stuk gaan. Volg daarom op de volgende aanwijzingen
voor langdurig niet-gebruik (bijv. in de wintermaanden):
Na elk gebruik moet de accu opnieuw volledig worden opgeladen. De max. stilstandtijd
bedraagt 3 maanden, daarna moet de accu opnieuw worden opgeladen.
6.2 Snelsluitklep/slangleiding/sproeipijp
Afbeeldingen 3 - 4
Slang tot de aanslag op de aansluitbuis van de snelsluitklep schuiven en met de wartel
vastschroeven. Sproeipijp op de snelsluitklep schroeven.
Vervolgens gewenste plastic spuitkop (platte straal, Y-dubbelkegel, kleine/grote sproei-
kop) op de sproeipijp schroeven.
AANWIJZING!
Voor verschillende toepassingen is het apparaat met 4 verschillende plastic spuitkop-
pen uitgerust. In de volgende tabel vindt u de sproeihoeveelheden, sproeihoeken en
sproeibeelden. De spuitkoppen zijn getest in een laboratorium met een dynamische
druk van 2 of 3 bar.
Schroef de beschermkap van de slangaansluiting F, schuif de slang tot aanslag op de
aansluitbuis van de slangaansluiting F en schroef deze met de wartelmoer vast.