EasyManua.ls Logo

Acteon Sopro 617 - Page 131

Acteon Sopro 617
170 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
NEDERLANDS
Sopro 617 • Gebruikershandboek
130
Aanbevolen scheidingsafstanden tussen draagbare en mobiele toestellen voor radiocommunicatie
en het apparaat SOPRO
Het apparaat SOPRO is bedoeld om in een elektromagnetische omgeving waarin de uitgezonden RF storingen zijn
gecontroleerd, te worden gebruikt. De gebruiker van het apparaat SOPRO kan helpen bij het voorkomen van
elektromagnetische interferentie door het aanhouden van een minimale afstand tussen draagbare en mobiele RF
communicatiemiddelen (zenders) en het apparaat SOPRO, zoals hieronder aanbevolen, afhankelijk van de
maximale van het communicatiemiddel.
Scheidingsafstand afhankelijk van de frequentie van de zender
M
Maximale
standaardoutput van
de
0,01
0,1
1
10
100
0,116
0,366
1,16
3,66
11,6
0,116
0,366
1,16
3,66
11,6
0,233
0,736
2,33
7,36
23,3
Voor zenders waarvan de maximale output hierboven niet is genoemd kan de aanbevolen scheidingsafstand d
in meters (m) worden bepaald met behulp van de vergelijking die van toepassing is voor de frequentie van de
zender waarbij P staat voor de maximale output van de zender in Watts (W) zoals opgegeven door de fabrikant
van de zender.
N.B. 1 Bij 80 MHz en bij 800 MHz geldt de scheidingsafstand zoals opgegeven in de hogere frequentieband.
N.B. 2 Deze aanbevelingen gelden mogelijk niet in elke situatie. De propagatie van elektromagnetische
golven wordt beïnvloed door absorptie en reflectie van structuren, objecten en personen.
150 kHz tot 80 MHz 80 MHz tot 800 MHz 800 MHz tot 2,5 GHz
d = 1,16
P d = 1,16
P d = 2,33
P
a De vaste veldsterkte van een zender zoals van een basisstation van radiotelefoons (mobieltje) en mobiele
radio’s, amateurzenders, AM, FM en TV radiocommunicatie kan theoretisch niet nauwkeurig worden
vastgesteld. Om de waarde van een elektromagnetische omgeving vast te stellen dient ter plaatse een
meting te worden verricht. Indien de gemeten veldsterkte in de omgeving van het apparaat SOPRO de
bovengenoemde waarden te boven gaat moet de juiste werking van het apparaat SOPRO worden
gecontroleerd. Als een abnormale werking wordt aangetoond, moeten verdere maatregelen worden
genomen zoals richtingverandering of verplaatsen.
b Boven de frequentieband van 150 kHz tot 80 MHz dient de veldsterkte lager te zijn dan 3 V/m.

Table of Contents

Related product manuals