Verwarmingsfunc‐
tie
Toepassing
Borden warmen
Om borden voor het serveren op te warmen.
Ontdooien
Om voedsel te ontdooien (groenten en fruit). De ontdooitijd is afhankelijk
van de hoeveelheid ingevroren voedsel en de grootte daarvan.
Gratineren
Voor gerechten zoals lasagne of aardappelgratin. Voor gratineren en brui‐
nen.
Lage temperatuur
garen
Om malse, sappige braadstukken te bereiden.
Warm houden
Om voedsel warm te houden.
Warmelucht (voch‐
tig)
Deze functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen.
Bij het gebruik van deze functie kan de temperatuur in de ruimte verschil‐
len van de ingestelde temperatuur. De restwarmte wordt gebruikt. Het ver‐
warmingsvermogen kan worden verminderd. Raadpleeg voor meer infor‐
matie het hoofdstuk "Dagelijks gebruik", opmerkingen op: Warmelucht
(vochtig).
STOOM
Verwarmingsfunc‐
tie
Toepassing
Regenereren
Het opwarmen van voedsel met stoom voorkomt dat het oppervlak uit‐
droogt. De warmte wordt behoedzaam en gelijkmatig verdeeld en geeft
het voedsel de smaak en het aroma alsof het net is bereid. Deze functie
kan worden gebruikt om eten direct op een bord te verwarmen. U kunt
meer dan één bord tegelijkertijd opwarmen met verschillende inzetni‐
veaus.
58/336
DAGELIJKS GEBRUIK