44
NL
GEVAAR
GEVAAR
GEVAAR
INBEDRIJFSTELLING
3
3.1 VULLEN VAN DE POMP
3.2 DRAAIRICHTING
3.3 BLOKKERING VAN DE MOTOR
• Voor het opstarten moet de pomp met water worden gevuld. Water koelt en smeert de me-
chanische afdichting.
• Als het waterniveau in het zwembad zich boven de pompas bevindt, moet deze niet op voor-
hand worden gevuld, hoewel het vanwege drukverliezen en doorlaatventielen aanbevolen
wordt dat er minstens 1,5 m hoogte beschikbaar is vanaf de as tot het waterniveau in het
zwembad.
• Terwl de pomp aanzuigt, verwdert u de ontluchtingsplug aan de zkant van de pomp en vult
u de pomp totdat het hele zuigcircuit gevuld is met water, zoals aangegeven op de tekening.
De pomp kan ook worden gevuld via het voorlter, indien aanwezig.
• B de eerste aansluiting moet de draairichting van de motor zorgvuldig in acht worden geno-
men. Voortdurend achteruit draaien kan de mechanische afdichting beschadigen. Voor een
correcte aansluiting start u de motor enkele seconden en controleert u of de draairichting over-
eenkomt met de pl op het ventilatordeksel.
• Als de pomp lange td niet gebruikt is, kan de motor enigszins vastzitten. Controleer of de mo-
toras vr draait; als de motor vastzit, probeert hem dan vr te maken door redelke kracht uit te
oefenen via de ventilator. Start de pomp niet op als deze geblokkeerd is.