Kanaalcontrolelampje
Een radiosignaal wordt gesignaleerd door het oplichten van het kanaalcontrolelamp-
je. Als het batterijvermogen zwakker wordt, dan knippert het kanaalcontrolelampje bij
het zenden. Het zendvermogen of de reikwijdte van het radiosignaal wordt door afne-
men van het batterijvermogen gereduceerd. Als het kanaalcontrolelampje bij indruk-
ken van een toets niet meer oplicht, dan moet de batterij worden vervangen.
58-nl