54
6.4. Aansluiten
In de koplamp
1
verlopen er twee twee-aderige draden met verschillende lengte. De lange draad met
de naafdynamo verbinden (indien nodig inkorten). De korte draad (met stekkers) met het achterlicht
verbinden. Daartoe de koplamp
1
, indien nodig, naar voor kantelen en ofwel de op de fiets aanwezige
draad gebruiken of met de meegeleverde twee-aderige draad verbinden.
Worden de achterlichtdraden niet gebruikt, dienen de stekkers te worden geïsoleerd, daar anders
storingen kunnen optreden.
OPMERKING
Altijd op correcte polariteit letten.
Zwarte ader = stroom / zwart-witte ader = massa.
OPMERKING
De draden aan de koplamp
1
mogen nooit compleet worden afgeknipt. De koplamp
1
is uitsluitend geschikt voor aansluiting op naafdynamo‘s, niet op banddynamo‘s.
7. Standlicht
De standlichtfunctie is altijd beschikbaar; deze is geheel onderhoudsvrij en functioneert zonder
batterijen en accu’s.
Werking: Tijdens het rijden wordt een klein gedeelte van de energie die de dynamo levert, in een
condensator opgeslagen. Na ong. 3 minuten rijden is de condensator helemaal opgeladen. Bij stilstand
voorziet deze geladen energie de rijlicht-LED, de LED’s in de zijdelingse lichtspleten en de blauwe
indicatie-LED in de schakeltoets achter op de koplamp
1
van stroom. Ze blijven branden.