◄
Pagina 17
►
Gebruiksaanwijzing
Het verzamelde water verwijderen
Er zijn twee manieren om verzameld water te
kunnen verwijderen.
1. Gebruik altijd de emmer
• De eenheid zal 8 keer (op sommige
modellen) een beepgeluid laten horen en het
indicatorlampje voor de Volle bak zal gaan
knipperen als de eenheid uit is en de bak vol.
• Voor sommige modellen geldt dat de
compressor zal uitgaan en de ventilator na 30
seconden om de condensator te drogen als de
eenheid is ingeschakeld en de bak vol is; de
eenheid zal 8 keer een beepgeluid laten horen
en het indicatorlampje voor de Volle bak zal
gaan knipperen.
• Trek de bak er langzaam uit. Pak de linker-
en rechterhandgrepen stevig vast, en trek
de waterbak er voorzichtig uit zodat er geen
water wordt gemorst. Plaats de waterbak
NIET op de grond omdat de bodem van de
waterbak ongelijk is. Anders kan de waterbak
vallen en wordt er water gemorst.
• Giet het water weg via de uitlaat, en plaats de
waterbak weer terug. Het bak moet op zijn
plek zitten en goed zijn vastgemaakt om de
luchtontvochtiger goed te laten functioneren.
• De eenheid zal opnieuw gaan starten als de bak
weer in de juiste positie wordt teruggeplaatst.
1. Trek de bak er ietwat uit.
2. Houd beide zijkanten van de waterbak
gelijkmatig vast, en trek het uit de eenheid.
3. Schenk het water eruit.
Opmerking:
• Raak geen onderdelen in de eenheid aan als
u de bak eruit verwijderd. De eenheid kan
anders beschadigd raken.
• Duw de waterbak zachtjes helemaal in de
eenheid. De bak tegen iets aan slaan of het er
niet goed in duwen kan ertoe leiden dat de
eenheid niet goed functioneert.
• U moet de eenheid droogmaken als er wat
water in zit als u de waterbak eruit haalt.
2. Continu afvoeren
• Het water kan ook automatisch worden
afgevoerd via een afvoer in de vloer door
de eenheid daarop aan te sluiten met een
waterslang (niet meegeleverd).
• Haal de rubberen plug eruit of
snijd de afdekking weg van de
slanguitlaat aan de achterzijde.
Sluit een afvoerslang aan en leid
deze daarna naar de afvoer in
de vloer of een andere geschikte
afvoer.
• Let erop dat de slang stevig
vastzit en dat er geen lekkages
zijn.
• Richt de slang op de afvoer en zorg ervoor
dat er geen knikken zijn die het stromen van
water tegen kunnen houden.
• Doe het uiteinde van de slang in de afvoer
en zorg ervoor dat het uiteinde van de slang
horizontaal staat of naar beneden wijst om het
water vloeiend te laten wegstromen. Laat het
nooit open.
• Zorg ervoor dat de waterslang lager zit dan de
afvoerslang.
• Stel de gewenste vochtigheidsgraad en
de snelheid van de ventilator in om het
onafgebroken afvoeren te starten.
Opmerking: Ontkoppel de slang van de uitlaat
en plaats de rubberen plug er weer op als het
onafgebroken afvoeren niet wordt gebruikt.
Verwijder de
rubberen plug
Sluit de slang aan
op de uitlaat van de
afvoerslang.
NL