57
GEBRUIKSAANWIJZING VOOR OPVOUWBARE ELEKTRISCHE ROLSTOEL
InstaFold
9.3 Rijden met de elektrische rolstoel
Bij het gebruik van de rolstoel moet u aandachtig, voorzichtig, fijngevoelig en verstandig te werk gaan. Houd altijd
rekening met uw eigen grenzen en met het eect van verdovende middelen.
Gebruikers kunnen in bepaalde rijsituaties in de problemen komen, bijv. bij nauwe deurdoorgangen, bij op- of aflopende
hellingen, in bochten of op een oneen ondergrond. Rijd in zulke situaties langzamer, neem de tijd en bestuur de
elektrische rolstoel voorzichtig.
Doe voor uw eigen veiligheid de heupgordel om, voordat u zich met de elektrische rolstoel in beweging zet.
Waarschuwing
• Gebruik uw elektrische rolstoel nooit als u moe bent, net aan het roken bent of onder invloed van al-
cohol of andere verdovende middelen bent. Neem voordat u gaat rijden de voorzorgsmaatregelen,
waarschuwingen en veiligheidsaspecten bij het innemen van medicijnen (zowel alleen op recept als
zonder recept verkrijgbare) in acht.
• Als de gebruiker de afgelopen 6maanden krampaanvallen heeft gehad, dan moet een neuroloog
schriftelijk bevestigen dat deze aanvallen geen belemmering vormen voor een veilig gebruik van
een gemotoriseerd voortbewegingsmiddel.
• De gebruiker moet tijdens het besturen van de elektrische rolstoel goed zitten, zijn voeten altijd op
de voetensteun zetten en zijn ledematen uit de buurt van bewegende delen houden, om bekneld
raken te voorkomen. Tijdens het rijden in de elektrische rolstoel mag u zich nooit uitrekken, buiten
de rolstoel leunen of in de zitting naar beneden glijden.
• Let er altijd op dat de stroomtoevoer uit staat en dat de rolstoel en de rugleuning helemaal zijn uit-
geklapt, voordat u in de elektrische rolstoel gaat zitten of hieruit opstaat.
• Verpleegkundig personeel dient een zekere afstand te houden, zodra de elektrische rolstoel in be-
drijf is. Bedien de besturingselementen niet terwijl iemand in de rolstoel gaat zitten of hieruit opstaat
- dat kan gevaarlijk zijn.
• Sta niet toe dat kinderen naast of met de elektrische rolstoel spelen.
• Houd tijdens het rijden uw voeten onder alle omstandigheden op de voetensteun. Ga nooit staan
op de voetensteun.
• Houd tijdens het rijden uw handen en voeten uit de buurt van bewegende delen. Vermijd losse kle-
ding, die in de aandrijfwielen vast kan komen zitten.
• Matig in bochten altijd uw snelheid en zorg voor een laag zwaartepunt.
Aanwijzing
• Vergewist u zicht er voor ieder gebruik van dat de elektrische rolstoel niet geblokkeerd is.
9.4 Trappen, stoepranden en vaste obstakels
Wees uiterst voorzichtig als u met uw elektrische rolstoel in de buurt van stoepranden, veranda's, trappen, roltrappen,
afstapjes, onbeveiligde uitstekende gedeelten en verhoogde oppervlakken komt. Rijd langzaam en met de voorkant
van de elektrische rolstoel recht op het obstakel af.
Een vast obstakel overwinnen: Verhoog eerst de rijsnelheid, tot de elektrische rolstoel het obstakel heeft overwonnen;
dan kunt u langzamer gaan rijden of de stuurhendel in de neutrale middelste stand zetten.
Over een vast obstakel heen rijden: Verminder uw rijsnelheid kort voordat de wielen het obstakel raken, en behoud
deze snelheid tot de elektrische rolstoel het obstakel gepasseerd is; vervolgens kunt u de rijsnelheid weer verhogen.
NL