EasyManua.ls Logo

elco VG 1.105 D E - Page 10

elco VG 1.105 D E
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
09/2018 - Art. Nr. 4200 1092 1400A10
Inwerkingstelling
Testen voor de inwerkingstelling
Ionisatiestroommeting
Testen voor de inwerkingstelling
Voor de inwerkingstelling van de
brander moeten volgende testen en
controles worden uitgevoerd.
- Werkingsvoorschriften van de
fabrikant van de warmteproducerende
uitrusting
- Instelling van
- Temperatuurregelaar
- Drukregelaar
- Begrenzer
- Veiligheidsschakelaar
- Gasaansluitingsdruk min. 20mbar
stroomdruk.
- Dichtheid van de
gasleidingselementen
- Ontluchting van brandstofleidingen
- Open rookgasleidingen, voldoende
toevoer van verse lucht.
Controle van de afloop van het
branderprogramma vóór de eerste
toelating tot gastoevoer.
• Het manuele ventiel stroomopwaarts
van de gasverdeelbuis sluiten.
• Als de gasdruk vóór de gasverdeelbuis
onvoldoende is, moet eventueel de
gaspressostaat overbrugd worden
(klemmen 2 en 3). Te dien einde moet
de brander zonder spanning worden
geschakeld.
• De brander starten waarbij de ketel
wordt ingeschakeld en de
programma-afloop controleren.
• De ventilator start na een
tijdsvertraging die afhangt van de
stand van de veiligheidskast.
• Voorventilatietijd (24 s)
• Voorontstekingstijd (3 s)
• Openen van de elektromagnetische
ventielen
• Beveiligingstijd (3 s)
• Overgang naar beveiliging na verloop
van een beveiligingstijd met
vergrendeling van de kast (de
storingsverklikker gaat branden).
• De brander zonder spanning
schakelen door de elektrische
verbinding af te koppelen en,
desgevallend, de brug van de
gaspressostaat te verwijderen.
• De elektrische verbinding opnieuw
aanbrengen.
• De veiligheidskast ontgrendelen door
op de ontgrendelingknop R te
drukken.
Ionisatiestroommeting
De ionisatiestroom kan op de hiertoe
voorziene meetpunten worden
gemeten. Hiertoe de meetbrug B1
verwijderen en een multimeter met een
meetbereik van 0-100µA aansluiten.
De bewakingsstroom moet ten minste
8 µA bedragen.