Voor het invoeren van letters, cijfers en speciale tekens zijn de toetsen als volgt geconfigureerd:
Toets
Druk
Toets
1234567
1
1
2
ABC2 ÄÅÆ
3
DEF 3
4
GHI 4
5
JKL5
6
MNO6 ÖØ
7
PQRS7ß$
8
TUV8Ü
9
WX Y Z 9 ¥
*
*
#
#
0 Aandetoets0zijn verschillendespecialetekenstoegewezen.
Bijvoorbeeld:»!«,»&«,»?«,»+«,»-«,»=«,»(«,»)«,»@«,»$«,...
Bij de eerste druk op de toets 0wordt een spatie ingevoerd. Bij de tweede druk op deze toets verschijnen en-
kele speciale tekens op het display. Om een teken te kiezen, drukt u op de toegewezen toetsen 1 … 9. Om
meer speciale tekens op te roepen, drukt u op de toets 0.
Invoermodus voor letters
Bij het invoeren van letters staan verschillende mogelijkheden ter beschikking. De ingestelde invoermodus
verschijnt rechts bovenaan op het display (geen indicatie, »Abc« of »ABC«).
Geen indicatie Alleingevoerdeletterswordenalskleinelettersweergegeven.
Voorbeeld:»dean, james«.
»Abc« De volgende ingevoerde letter wordt als hoofdletter aangegeven, alle andere letters
verschijnenalskleineletters.
Voorbeeld:»Dean, James«.
»ABC« Alleingevoerdelettersverschijnenalshoofdletters.
Voorbeeld:»DEAN, JAMES«.
Bij het begin van de tekstinvoer is altijd de invoermodus »Abc« actief. Om de invoermodus te
wijzigen, drukt u op de R-toets. Om een teken in te voeren, drukt u in de modus »Abc« eerst op
de C-toets.
Nederlands
10