NL-174
BATTERIJVEILIGHEID
Batterij en Opladen
• Alleen opladen bij 0°C ~ 45°C, ontladen bij -20°C ~ 60°C, houd de batterij droog. Plaats de batterij niet
in zure of alkalische vloeistoffen, vermijd regen en houd hem uit de buurt van vuur, hitte en omgevingen
met hoge temperaturen.
• Het is ten strengste verboden om de positieve en negatieve polen van de batterij omgekeerd aan te
sluiten, en het is ten strengste verboden de batterij te vernietigen, te demonteren of kort te sluiten.
Gebruik bij het opladen de originele speciale oplader en de laadstroom mag gedurende maximaal 7 uur
niet hoger zijn dan 2 A. Als u de batterij langere tijd niet gebruikt, bewaar deze dan op een koele en
droge plaats en laad de batterij elke maand vijf uur op. De gebruiker moet bij het opladen de gebruik-
saanwijzing volgen, anders zijn de gevolgen voor eigen risico.
• Let op het accutype en de toepasselijke spanning die de lader kan opladen. Het is ten strengste
verboden deze door elkaar te gebruiken.
• Tijdens het opladen moet deze in een geventileerde omgeving worden geplaatst. Het is ten strengste
verboden om op te laden in een woongebouw of een afgesloten ruimte of in een omgeving met warme
zon en hoge temperaturen. Plaats tijdens het opladen eerst de batterij en sluit vervolgens de netvoeding
aan; nadat de batterij volledig is opgeladen, schakelt u eerst de netstroom uit en trekt u vervolgens de
batterijstekker eruit.
• Wanneer het groene lampje brandt, moet de stroomtoevoer op tijd worden onderbroken en is het
verboden om de oplader gedurende langere tijd onbelast op de wisselstroomvoeding aan te sluiten
zonder op te laden.
• Als tijdens het laadproces het indicatielampje abnormaal is, er een vreemde geur is of de behuizing
van de oplader oververhit is, stop dan onmiddellijk met opladen en repareer of vervang de oplader.
• Let er tijdens het gebruik en de opslag van de oplader op dat er geen vreemde voorwerpen binnen-
dringen, vooral water of andere vloeistoffen, om geen interne kortsluiting van de oplader te veroorzaken.
• Probeer de oplader niet mee te nemen in de auto. Als het nodig is om het te dragen, moet het na de
schokabsorptiebehandeling in de gereedschapskist worden geplaatst. Demonteer of vervang de acces-
soires in de oplader niet zelf.