110
TS 92 18-EC
WAARSCHUWING!
Wees uiterst voorzichtig met het
weggegooide stof. Materialen in de
vorm van fijne deeltjes kunnen explosief
zijn. Gooi geen zaagsel in open vuur.
Zelfontbranding kan na verloop van tijd het
gevolg zijn van een mengsel van olie of water
met stofdeeltjes.
Slim afschermingssysteem (zie
afbeelding S1-S3)
WAARSCHUWING!
Houd de beschermkappen altijd op hun
plaats. De beschermkappen moeten goed
werken en correct gemonteerd zijn.
Een beschermkap die los zit, beschadigd is
of niet correct functioneert, moet worden
gerepareerd of vervangen.
Het slim afschermingssysteem
(1) behoudt zijn functionaliteit
als een materiaalspreider voor
doorzaagwerkzaamheden.
Voor niet-doorzaagwerkzaamheden
is het noodzakelijk om het slim
afschermingssysteem (1) te vervangen
door het meegeleverde spouwmes, dat
fungeert als materiaalspreider, en de
antiterugslagvoorziening (2).
In geval het spouwmes niet kan worden
gebruikt voor een specifieke zaagsnede
of voor gebruik met een groefzaagblad,
moet het worden verwijderd.
Afschuinhoeken instellen (zie
afbeelding T)
Draai de vergrendelingshendel voor de
afschuining van het zaagblad (9) tegen de
klok in los, schuif het hoogteverstellingswiel
(8) totdat de aanwijzer in de gewenste hoek
staat en draai de vergrendelingshendel voor
de afschuining van het zaagblad (9) weer met
de klok mee vast.
Hulpmiddelen (zie afbeelding U)
Voor sommige zaagwerkzaamheden is het
gebruik van extra hulpmiddelen nodig.
Gebruik het duwblok bij het werken met
smalle werkstukken wanneer u dicht bij het
zaagblad moet duwen.
Gebruik veerklemplaten voor alle niet-
doorzaagbewerkingen waarbij de
beschermkap niet kan worden gebruikt.
Schulpen (zie afbeelding V1-V4)
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de parallelgeleider is
vergrendeld.
Houd het werkstuk met beide handen vast
en druk het tegen de tafel.
Gebruik de duwstok wanneer de afstand
tussen de parallelgeleider en het zaagblad
minder dan 150 mm bedraagt.
Gebruik een duwblok wanneer deze
afstand minder dan 50 mm is.
Zaag door het werkstuk met een
gelijkmatige aanvoersnelheid.
Gebruik bij het zagen van lange planken of
grote panelen extra werksteunen om het
vrije uiteinde te ondersteunen.
Wanneer het werkstuk vervormd is, moet
u het op de holle kant leggen om te
voorkomen dat het gaat schommelen.
Het werkstuk moet een rechte rand
hebben die tegen de parallelgeleider kan
worden geplaatst.
Bij het zagen van zeer dunne werkstukken
(5 mm of minder) moet een extra geleider
worden gebruikt. Klem een 18 mm dikke
multiplexplaat op de parallelgeleider vast,
zorg ervoor dat deze op het tafelblad rust.
Voor schuin zagen is de bewerking
hetzelfde als voor het schulpen, behalve
dat de schuine hoek is ingesteld op een
andere hoek dan nul graden.
Verstekzagen (zie afbeelding
W1-W2)
Draai de vergrendelingsknop van
de verstekmeter (W-1) los, zet de
verstekmeter (3) in de gewenste hoek en
zet deze vast.
De verstekmeter (3) kan in elk van de
groeven in de tafel worden gebruikt.
Wanneer u de verstekmeter in de
linkergroef gebruikt, houd het werkstuk
met uw linkerhand stevig tegen de
kop van de verstekmeter en pak de
vergrendelingsknop met uw rechterhand
vast.
Houd bij gebruik van de rechter groef het
werkstuk met uw rechterhand vast en met
uw linkerhand de vergrendelingsknop.
Er zijn twee stelschroeven (W-2) in
de verstekmeter, zoals weergegeven
in afbeelding W1. Plaats de