EasyManua.ls Logo

Flotec COMPAC 150 - Page 35

Flotec COMPAC 150
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
33
Hfd.Stk. 4 Installatie (Zie Fig.1-3)
NL
3
In het geval van vaste montage met stijve leidingen is het handig (voor schoonmaak en onderhoud) indien men op een
goed bereikbare plaats een snelkoppeling als verbindingsstuk monteert.
De pompen die vijvers, meertjes, fonteinen of dergelijke plaatsen of daar vlakbij moeten worden voorzien van een
differentiaalschakelaar. Aanbevolen wordt om zich te wenden tot de eigen gespecialiseerde electriciën.
In het geval van tijdelijk gebruik raadt men aan om een flexibele leiding te gebruiken die aan de pomp wordt aangesloten
door middel van een verbindingsstuk met nippel. Voor het onderdompelen van de pomp moet men een koord aan de
handgreep bevestigen.
Het met de pompen FLOTEC ComPac bijgeleverde verbindingsstuk kan aan de afmetingen
van de gebruikte leidingen worden aangepast.
Indien men een leiding met schroefdraad of met snelkoppeling van 3/4" (19 mm) wil aansluiten,
moet men die direct op het gedeelte met de schroefdraad (punt a) draaien.
Indien men een buis van Ø 25 mm (1") heeft, dan moet men het overbodige deel (tot punt b)
eraf snijden.
Gebruikt men daarentegen een buis van Ø 32 mm (1 1/4"), dan moet men de overbodige delen
(tot punt c) eraf snijden.
De pompen van FLOTEC ComPac worden kompleet met antiterugkeerklep geleverd, deze voorkomen dat de uitgaande
buis leegloopt of dat de vloeistof terugstroomt.
De afmetingen van het verzamelputje moeten zodanig zijn, dat de pomp er goed inpast en dat deze gedurende een
bepaalde tijd zo weinig mogelijk hoeft op te starten.
(zie Beperkingen aan het gebruik - Technische gegevens).
Aansluiting van de uitgaande buis.
a
b
c
1. Snijd met een mes dat deel van het universele verbindingsstuk af, dat men niet nodig heeft.
2. Draai het universele verbindingsstuk op de pomp.
3. Sluit de buis aan op het universele verbindingsstuk.
Bij buitenfonteinen, vijvers en dergelijke moet de pomp worden geïnstalleerd met een reststroomapparaat (RCD) met een
nominale reststroom van niet meer dan 30 mA worden gebruikt. In geval van continu bedrijf in vijvers met vissen, moeten
de afdichtingen van de pomp worden gecontroleerd op regelmatige intervallen van 6 maanden (water met aggressieve
stoffen). Men moet ook aandacht schenken aan de maximale grofheidswaarde van deeltjes, toegestaan voor de pomp
en noodzakelijke voorzorgsmaatregelen nemen tegen het mogelijk aanzuigen van vissen.
Aardaansluiting
De steker van het voedingssnoer is voorzien van dubbele aardcontacten. Op deze manier zal de aardaansluiting tot stand
komen door de steker erin te steken.
De man die verantwoordelijk is voor de installatie moet nagaan of de elektrische voedingsinstallatie
voorzien is van een doeltreffende grondaarding volgens de geldende normatieven.
Hfd.Stk. 5 Electrische aansluiting
Nagaan of de spanning en de frekwentie, zie plaatje, overeenkomen met die van het beschikbare
voedingsnet.
Het is nodig na te gaan of de elektrische voedingsinstallatie voorzien is van een differentiele
schakelaar met hoge gevoeligheid
D 30 mA (DIN VDE 0100T739).
Het voedingssnoer mag uitsluitend door gekwalificeerd personeel worden vervangen.
NL
Voor elk transport of voor het optillen van de pomp moet men gebruik maken van de speciale handgreep.
Risico voor
electrische schokkene
GEVAAR
Om ernstig persoonlijk letsel te voorkomen, is het absoluut verboden de handen in de
opening van de pomp te steken, indien de pomp is aangesloten aan het voedingsnet.
GEVAAR
Alle handelingen betrekking hebbend op de installering moeten uitgevoerd
worden met de pomp los van het voedingsnet. De pompen van deze serie zijn
niet geschikt voor gebruik in zwembaden en voor de bijbehorende reinigings-
en nderhoudswerkzaamheden.
VERTALING VANUIT HET ORIGINEEL

Related product manuals