FX
2
Original/Chem
4Installatie
WAARSCHUWING!Gevaar voor persoonlijk
letsel
Lees vóór installatie, gebruik, service of pro-
bleemoplossing van dit product altijd Hoofd-
stuk2Veiligheid.
4.1Controle bij levering
Indien het product bij de levering is beschadigd of er
ontbreken onderdelen, dienen het transportbedrijf en
uw lokale Nederman-vertegenwoordiger hiervan on-
middellijk op de hoogte te worden gebracht.
4.2Montagehandleiding
• Zie Afbeelding3, Afbeelding4, Afbeelding5, Af-
beelding6 en Afbeelding7. De afzuigarm kan op een
wand, werkblad, vloer of plafond worden gemon-
teerd. De accessoires wand-/plafondsteun, kap en
werkbladsteun worden geleverd met montagevoor-
schriften.
• Zie Afbeelding8. De arm moet altijd zo worden ge-
monteerd, dat de stelknoppen op de verbindingen
aan de rechterkant zitten.
OPMERKINGEN!
Als er een pijl-omhoog in de buurt van de buis-
connector is geplaatst, mag de arm alleen zo-
danig worden geïnstalleerd dat deze pijl naar
boven wijst.
• Zie Afbeelding9. Zorg dat de arm en de buis goed
zijn verbonden.
• Zie Afbeelding12. Gebruik geen schroef bij dat deel
van de arm.
4.2.1 Montage van de gasveer (alleen FX
2
D100 - L2400)
Zie Afbeelding14 (B).
4.3Demper, draaikoppeling en verbin-
dingsaanpassingen
De verbindingen zijn in de fabriek afgesteld op de nor-
male werkstand. Controleer altijd of de verbindingen
op de voorkeur van de gebruiker zijn afgesteld en pas
indien nodig aan.
Zie Afbeelding14 (A).
1 Demper open.
2 Demper gesloten.
5Gebruik
WAARSCHUWING!Gevaar voor persoonlijk
letsel
Lees vóór installatie, gebruik, service of pro-
bleemoplossing van dit product altijd Hoofd-
stuk2Veiligheid.
5.1Armpositie
Zie Afbeelding13. Plaats de arm altijd zo dicht moge-
lijk bij de bron. Plaats voor de beste afzuiging de arm
zo mogelijk zijwaarts ten opzichte van de bron om ver-
storing van het werkproces te voorkomen en het ef-
fect van dwarsstroom tot een minimum te beperken.
Zie Afbeelding13(A).
Controleer altijd of de luchtstroom in de kap voldoen-
de is alvorens met werken te beginnen. Een onvol-
doende luchtstroom kan te wijten zijn aan:
• De waaier van de ventilator draait in de verkeerde
richting.
• Kap, arm of leidingen zijn geblokkeerd.
Voor aanpassingen van demper, draaikoppeling en
verbinding, zie Afbeelding14 (A).
6Onderhoud
WAARSCHUWING!Gevaar voor persoonlijk
letsel
Lees vóór installatie, gebruik, service of pro-
bleemoplossing van dit product altijd Hoofd-
stuk2Veiligheid.
6.1Routinecontroles en -onderhoud
Volg de lijst in Hoofdstuk10Bijlage B: Checklist voor
onderhoud een routinecontrole en repareer of ver-
vang versleten en beschadigde delen aan de binnen-
en buitenkant van het product.
7Reserveonderdelen
VOORZICHTIG!Gevaar voor schade aan
het materieel
Gebruik uitsluitend originele reserveonderde-
len en accessoires van N$e$d$e$r$m$a$n$.
Neem contact op met uw dichtstbijzijnde erkende
dealer of met N$e$d$e$r$m$a$n$ voor technisch advies en re-
serveonderdelen. Zie ook w$w$w$.$n$e$d$e$r$m$a$n$.$c$o$m$.
7.1Bestellen van reserveonderdelen
Wanneer u reserveonderdelen bestelt dient u steeds
het volgende te vermelden:
• Onderdeel- en controlenummer (raadpleeg het pro-
ductidentificatieplaatje).
• Detailnummer en naam van
het reserveonderdeel (zie
w$w$w$.$n$e$d$e$r$m$a$n$.$c$o$m$/$e$n$/$s$e$r$v$i$c$e$/$s$p$a$r$e$-$p$a$r$t$-
$s$e$a$r$c$h$).
• Het aantal benodigde onderdelen.
8Recycling
Het product werd ontworpen met recycleerbare ma-
terialen. De verschillende materiaalsoorten moeten
overeenkomstig de betreffende plaatselijke wetge-
NL
65