DOLCECLIMA
>>>>>
NEDERLANDS
NL - 25
3.4.b Inschakeling/uitschakeling apparaat
a. Druk om het apparaat te starten op de afstandsbediening op de toets “ON/OFF” of op het bedieningspaneel
op de toets
.
b
c. Op het bedieningspaneel wordt de icoon
ingeschakeld.
d. Als de inschakeling met de afstandsbediening plaatsgevonden heeft, wordt op het display daarvan de icoon
weergegeven.
e. Bij een langdurige stilstand van het apparaat moet het gereset worden door de stekker uit het stopcontact te
trekken, 5÷10 seconden te wachten en de stekker weer naar binnen te steken; en pieptoon geeft aan dat het
apparaat gereed voor het gebruik is.
3.5 WERKWIJZE AUTO (Automatisch)
a. Door deze werkwijze in te stellen, activeert het apparaat automatisch de functie KOELING of VERWARMING
(alleen voor het model met warmtepomp), of de werkwijze VENTILATOR al naargelang de omgevingstemperatuur
en de ingestelde temperatuur.
De omgevingstemperatuur wordt voortdurend gecontroleerd zodat het vertrek waarin de klimaatregeling
plaatsvindt een optimaal comfort verkrijgt.
b. Deze werkwijze kan geselecteerd worden door een of meerdere keren op de toets “MODE” te drukken (op
de afstandsbediening of op het bedieningspaneel) tot de betreffende icoon ECO en Blue Air op het display
van het bedieningspaneel weergegeven worden en/of de icoon Auto op het display van de afstandsbediening
weergegeven wordt.
c. In de werkwijze AUTO, is het niet mogelijk de snelheid van de ventilator te selecteren.
3.6 WERKWIJZE KOELING (COOL)
a. Door deze werkwijze in te stellen, ontvochtigt en koelt het apparaat de omgeving.
MODE” te drukken (op de
afstandsbediening of op het bedieningspaneel) tot de betreffende icoon
op het display weergegeven wordt.
b.
In deze werkwijze is de ventilator altijd ingeschakeld en is het mogelijk de gewenste snelheid ervan te selecteren
door op de afstandsbediening op de toets “FAN” te drukken of op het bedieningspaneel op de toets
te drukken.
De snelheid van de ventilator wordt weergegeven zoals vermeld wordt in paragraaf “3.1” (punt SW7) en “3.2”
(punt B3).
c. Het setpoint van de temperatuur ligt tussen 17°C en 30°C (tussen 62 F en 86 F) met variaties van 1°C en kan
ingesteld worden met de toetsen +/-
d. Na het verstrijken van een bepaalde tijd (maximaal drie minuten) na de activering van de werkwijze gaat de
compressor van start en begint het apparaat koude lucht af te geven.
3.7 WERKWIJZE TURBOKOELING
a
toets “MODE” te drukken, tot het display de iconen
en
“Turbo” weergeeft.