13
i9 1 99 min 240
Tijd die moet verstrijken zonder alarm ingang multifunctie totdat de alarmteller
op nul wordt gesteld (alleen indien P4 = 3 en i5 = 5)
LABEL MIN. MAS. U.M. DEF. DIGITALE UITGANGEN
u1 0 7 - 5
Gebruik beheerd door de vierde uitgang (21)
0=CELVERLICHTING- in dergelijk geval zijn van betekenis de toets , de
parameters i0, i5 en u2
1=RESISTENTIES ANTICONDENS- in dergelijk geval zijn van betekenis de
toets , de parameter u6
2=HULPUITGANG - in dergelijk geval zijn van betekenis de toets , de
parameters i5 en u2
3=COMPRESSOR 2 - in dergelijk geval is van betekenis de parameter C9
4=ALARMUITGANG- de uitgang wordt geactiveerd bij een alarm en een fout;
in dergelijk geval zijn van betekenis de parameters u3 en u4
5=RESISTENTIES DEUR- in dergelijk geval is van betekenis de parameter u5
6=KLEP VERDAMPER- in dergelijk geval zijn van betekenis de parameters u7
en u8
7=SYNCHRONISATIE ONTDOOIEN– de uitgang functioneert parallel aan de
ontdooi-uitgang; in dergelijk geval is van betekenis de parameter i5 (22) (23)
u2 0 1 - 0
handmatige in- en uitschakeling celverlichting of hulpuitgang wanneer in stand-
by (alleen indien u1 = 0 o 2) (1 = SI) (24)
u3 0 1 - 1
polariteit alarmuitgang (alleen indien u1 = 4)
0=uitgeschakeld bij normaal functioneren (het contact tussen klem 6 en 7 is open)
en geactiveerd bij een alarm en een fout (het contact tussen klem 6 en 7 is dicht)
1=geactiveerd bij normaal functioneren (het contact tussen klem 6 en 7 is dicht) en
uitgeschakeld bij een alarm en een fout (het contact tussen klem 6 en 7 is open)
u4 0 1 - 0 uitschakeling alarmuitgang en afzetten buzzer (alleen indien u1 = 4) (1 = SI)
u5 -99 99 °C/°F (1) -7
Temperatuur cel waarboven de resistenties van de deur uitgeschakeld worden
(alleen indien u1 = 5) (7)
u6 1 120 min 5 Duur inschakeling resistenties anticondens (alleen indien u1 = 1)
u7 0 99 °C/°F (1) 2
Temperatuur cel waarbeneden de klep van de verdamper uitgeschakeld wordt (met
betrekking tot setpoint werk, ofwel “setpoint werk + u7”) (alleen indien u1=6) (7)
u8 0 1 - 0
Soort contact van de klep verdamper (alleen indien u1 = 6)
0=NA (klep actief met contact dicht)
1=NC (klep actief met contact open)
LABEL MIN. MAX. M.E. DEF. SERIEEL NET (MODBUS)
LA 1 247 - 1 adres instrument
Lb 0 3 - 2
baud rate
0=2.400 baud
1=4.800 baud
2=9.600 baud
3=19.200 baud
LP 0 2 - 2
Pariteit
0=none (geen pariteit)
1=odd (oneven)
2=even (even)
LABEL MIN. MAS. U.M. DEF. GERESERVEERD
E9 0 1 - 1 gereserveerd
(1) de meeteenheid is afhankelijk van parameter P2
(2) de parameters met betrekking tot de regelaars op het juiste moment instellen na de aanpassing van parameter P2
(3) Indien parameter u1 is ingesteld op 3, is het gebruik beheerd door de vierde uitgang compressor 2: compressor 1 en compressor 2 worden
“compressor” genoemd; compressor 2 functioneert parallel aan compressor 1, behoudens hetgeen is vastgesteld met parameter C9
(4) de parameter heeft ook effect na een stroomstoring die zich voordoet wanneer het instrument aan is
(5) de met de parameter vastgestelde tijd wordt ook meeberekend wanneer het instrument in stand-by is
(6) indien parameter C1 is ingesteld op 0, de vertraging vanaf het einde van de fout sonde cel is, hoe dan ook 2 min
(7) het differentieel van de parameter is 2,0 °C/4 °F
(8) indien bij inschakeling van het instrument de temperatuur van de condensator reeds boven de met parameter C7 vastgestelde temperatuur is, treedt
parameter C8 niet in werking
(9) Iedere 30 minuten slaat het instrument de telling van ontdooi-intervallen op in het geheugen; de aanpassing van parameter d0 treedt in werking vanaf
de beëindiging van de vorige ontdooi-interval of vanaf een handmatige inschakeling van een ontdooiproces
(10) de display herstelt zijn normaal functioneren, wanneer, nadat de stilstand ventilator van de verdamper is beëindigd, de temperatuur van de cel zakt
onder de temperatuur welke de display heeft laten blokkeren (of indien zich een temperatuur-alarm voordoet)
(11) indien parameter P3 is ingesteld op 0 of 2, functioneert het instrument alsof d8 op 0 zou zijn ingesteld
(12) indien bij de activering van de ontdooiing de duur van de inschakeling van de compressor korter is dan de met parameter dA vastgestelde tijd, blijft de
compressor nog aan voor de fractie van de tijd die nodig is voor de voltooiing van die tijd
(13) indien parameter P3 is ingesteld op 0, functioneert het instrumento alsof parameter A0 op 0 zou zijn ingesteld maar het slaat niet het alarm in het
geheugen op
(14)indien parameter P4 is ingesteld op 0 of 3, functioneert het instrument alsof de parameter zou zijn ingesteld op 0, maar het slaat niet het alarm in het
geheugen op
(15) tijdens de ontdooiing, het uitdruppelen en de stilstand ventilator van de verdamper, zijn de temperatuur-alarmen afwezig, op voorwaarde dat deze zich
voordoen na de activering van de ontdooiing
(16) bij de activering toegang microdeur is er geen alarm maximum temperatuur, mits zich dit voordoet na de activering van de ingang
(17) indien parameter P3 is ingesteld op 0, functioneert het instrument alsof parameter F0 op 2 zou zijn ingesteld
(18) na 10 s vanaf de activering van de ingang, gaat de compressor uit; indien de ingang wordt geactiveerd tijdens het ontdooien of de ventilatorstop van
de verdamper, heeft dit geen enkel effect op de compressor
(19) na de met parameter i2 vastgestelde tijd slaat het instrument het alarm op in het geheugen; indien parameter i2 is ingesteld op -1, slaat het instrument
het alarm op in het geheugen