14
(20) controleer of de met parameter i7 vastgestelde tijd minder is dan de met parameter i9 vastgestelde tijd
(21) teneinde geen schade te veroorzaken aan gekoppeld gebruik, parameter aanpassen wanneer in stand-by
(22) bij koppeling van de klemmen van de vierde uitgang met de vierde ingang van meer instrumenten, kunnen de ontdooiprocessen worden
gesynchroniseerd (mits in elk instrument parameter P4 is ingesteld op 3, parameter i5 is ingesteld op 1 en parameter u1 is ingesteld op 7); in dergelijk
geval begint het berekenen van de uitlekduur wanneer het ontdooien van het laatste instrument eindigt
(23) u wordt geadviseerd parameter d7 van elk instrument op dezelfde waarde in te stellen (anders dan 0 min); evenzo wordt u geadviseerd parameter F3
van elk instrument op dezelfde waarde in te stellen
(24) indien parameter u2 is ingesteld op 0, kan het uitzetten van het instrument het doven van de celverlichting of het uitgaan van de hulpuitgang
veroorzaken (bij het vervolgens weer inschakelen van het instrument blijven de celverlichting en/of de hulpuitgang uit); indien parameter u2 is ingesteld op
1, kan het uitzetten van het instrument niet het doven van de celverlichting of het uitgaan van de hulpuitgang veroorzaken (bij het vervolgens weer
inschakelen van het instrument blijven de celverlichting en/of de hulpuitgang aan).
INLEGGEN VAN PRODUCTEN
• Pas nu en niet eerder, kan men etenswaren in het apparat zetten.
• Leg de producten gelijkmating verspreid in de unit om de luchtcirculatie te bevorderen.
• In de unit treft u stickers aan waar de laadlimiet van de roosters op staat vermeld. Dek de
levensmiddelen af of wikkel ze in folie voordat u ze in de koelkast legt en zet geen hete gerechten of
dampende vloeistoffen in het apparaat.
• Laat de deur niet langer open staan dan nodig is om de levensmiddelen uit het apparaat te pakken of in
het apparaat te leggen.
• Geadviseerd wordt om de sleutels buiten het bereik van kinderen te houden.
OPGELET: Als het gaat over apparaten met interne verdamping binnen de cel, en in het geval de
omgevingsomstandigheden het niet mogelijk maken dat het condensaatwater verwerkt wordt door het
automatische verdampingssysteem, dan dient een klein opvangbekken geïnstalleerd te worden op de
achterwand van het apparaat, of moet het water naar het waterafvoersysteem geleid worden.
UITZETTEN
In iedere omstandigheid is het voldoende om het apparaat uit te zetten de hoofdschakelaar 1 op OFF te
zetten; het lampje gaat dan uit. (60)
OPGELET: De hoofdschakelaar (1) haalt het apparaat niet van het net af.
Om het apparaat van het lichtnet af te halen dient men de stekker uit het stopkontakt te halen. (16)
ONTDOOIEN
AUTOMATISCHE ONTDOOIING VAN DE KOELKASTEN.
Ontdooiing op lucht van de “NORMALE TEMPERATUUR” (0°C;+10°C) installaties vindt iedere 6 uur
automatisch plaats. Het ontdooiingsproces duurt 20 min. (61).
Het ontdooien van het apparaat „LAGE TEMPERATUUR“ (-22°C;-15°C) gebeurt d.m.v. weerstand en vindt
automatisch iedere zes uur plaats. De duur van de ontdooiingscyclus wordt door het apparaat geregeld.
Het is ieder geval mogelÿk op leder moment een ontdooingscyclus te starten door gedurende 5 seconded op
de drukknop “
” te drukken: de automatische ontdooing gaat in na 6 uur.