15
ALARMSIGNALEN
“NORMALE TEMPERATUUR” (48)
De toets “
”schakelt de volgende alarmsystemen.
Op het DISPLAY worden eventuele alarmsignaleringen en meldingen gevisualiseerd:
LED BETEKENIS
LED compressor
Indien led is verlicht, is de compressor aan
Indien deze knippert:
• is de aanpassing van de setpoint werk in uitvoering
• is een protectie van de compressor in uitvoering
LED ontdooiing
Indien led is verlicht, is de ontdooiing in uitvoering
LED alarm
Indien led is verlicht, is een alarm in gang
°C
LED graden Celsius
Indien led is verlicht, is de meeteenheid van temperatuur graden Celsius (parameter P2)
°F
LED graden Fahrenheit
Indien led is verlicht, is de meeteenheid van temperatuur graden Fahrenheit (parameter P2)
CODE BETEKENIS
Pr1
Fout sonde cel
Oplossingen:
• Bekijk de parameter P0
• Controleer de integriteit van de sonde
• Controleer de verbinding instrumento-sonde
• Controleer de temperatuur van de cel
Gevolgen:
• De compressor wordt ingeschakeld
Wanneer de oorzaak van het alarm is weggenomen, herneemt het instrument zijn normale werking.
“LAGE TEMPERATUUR” (49)
De toets “
”schakelt de volgende alarmsystemen.
Op het DISPLAY worden eventuele alarmsignaleringen en meldingen gevisualiseerd:
LED BETEKENIS
LED compressor
Indien led is verlicht, is de compressor aan
Indien led knippert is een protectie van de compressor in uitvoering
LED ontdooiing
Indien led is verlicht, is de ontdooiing in uitvoering
Indien led knippert:
• is een vertraging bij de activering van een ontdooiing in gang (controleer parameters C0, C1,
C2 en C4)
• is een uitdruppeling in uitvoering (controleer parameter d7)
• is een opwarming van de vloeistof van de koelkast in uitvoering (controleer parameter dP)
LED ventilator verdamper
Indien led is verlicht, is de ventilator van de verdamper aan
Indien led knippert, is een stilstand van de ventilator verdamper in uitvoering (controleer
parameter F5)
LED ON STAND-BY
Indien led is verlicht, is het instrument in STAND-BY