NEDERLANDS
10.
STORINGEN, OORZAKEN EN REMEDIES
10.1. Verhelpen van eventuele storingen
[B]= machines met batterij
[C]= machines met netsnoer
[BT]= machines met batterij met elektrische aandrijving
Mogelijke storingen die de complete machine betreffen.
•
de connector van de
batterijen is losgekoppeld
•
koppel de batterijen
aan de machine
•
de batterijen zijn leeg
•
laad de batterijen op
•
er is niet op de
bedieningsknop van de borstels
gedrukt
• druk op de borstelknop
• de borstelhendel is niet gedrukt • druk op de borstelhendel
•
de thermische beveiliging
van de borstelmotor heeft
ingegrepen: de motor is
oververhit
•
[B]= laat de borstelhendel los
en laat de machine minstens
45’ afkoelen
•
de
voedingsconnector of die van de
thermische beveiliging van de
motor is losgekoppeld
•
sluit de
voedingsconnector of die van
de thermische beveiliging
weer aan
•
de zekering van de
borstelmotor is doorgebrand
•
laat de oorzaken
van het doorbranden van de
zekering opzoeken en
elimineren, en vervolgens de
zekering vervangen
•
de batterijen zijn leeg
•
laad de batterijen
op
• de reductor is kapot • laat de reductor vervangen
• de motor is kapot • laat de motor vervangen
De machine reinigt niet op
gelijkmatige wijze
• de borstels of de pads zijn
versleten
• vervang deze