59
2. Schroef
1. Schroef
4. Schroef
3. Schroef
I-4.1
Indien het voedingsschema geen neutrale lijnverbinding met een spanning lager dan 145 V heeft, volg dan deze
configuratiestappen:
Tweefasige opstelling (2P)
Van links naar rechts:
L1 (stroomdraad)
N (stroomdraad)
Beschermende aarde
4. Ethernet-aansluiting (I-5)
De lader kan worden aangesloten op internet
via een ingebouwde Ethernet-poort die op de
modulebehuizing is geïnstalleerd.
Stap 4.1: Steek de Ethernet-kabel door de bus.
Stap 4.2: Sluit de kabel aan op de Ethernet-poort.
I-5: Ethernet-poort
I-4.3: Driefasige opstelling (3P)
I-4.2: Eenfasige opstelling (1P)
De getoonde kleuren zijn niet onderworpen aan
internationale normen. Controleer altijd de juiste
aansluiting. Als het aardingssysteem IT is, volg dan
de configuratiestappen in 6. Configuratie van het IT-
netwerkgedeelte.
L1 (stroomdraad)
N (neutrale lijn)
N (neutrale lijn)
Beschermende
aarde
Beschermende
aarde
L1, L2, L3
(stroomdraden)