469861_c 59
Bediening
12.8 Kettingzaagolie bijvullen (09)
LET OP! Gevaar voor beschadiging van de
kettingzaag. De kettingzaag kan zwaar bescha-
digd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen
kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wan-
neer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/
vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot
schade aan olievoerende onderdelen en aan de
oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer
gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het
gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan
het milieu!
■
Vul voor ingebruikname het reservoir met
kettingzaagolie.
■
Gebruik geen afgewerkte olie!
■
Vul minimaal bij elke accuwissel het oliere-
servoir bij met kettingzaagolie.
De zaagketting en het zaagblad krijgen tijdens
bedrijf continu olie toegevoerd vanuit een auto-
matisch oliesmeersysteem. De kettingzaagolie
beschermt tegen corrosie en vroegtijdige slijtage.
Om de zaagketting afdoende te smeren moet
steeds voldoende kettingzaagolie in het reservoir
aanwezig zijn.
Gebruik voor de smering van de zaagketting en
het zaagblad uitsluitend milieuvriendelijke, biolo-
gisch afbreekbare, hoogwaardige kettingzaagolie
en vervoer en bewaar deze in toegelaten en van
inhoudsaanduiding voorziene verpakkingen.
Controleer het oliepeil elke keer voor aanvang
van de werkzaamheden en elke keer bij het ver-
wisselen van de accu en vul, indien nodig, ket-
tingzaagolie bij:
1. Controleer het oliepeil in het kijkglas van het
reservoir (09/1). Er moet altijd olie te zien
zijn. Het minimale en het maximale oliepeil
mogen niet worden onder- resp. overschre-
den.
2. Vul, indien nodig, kettingzaagolie bij via de
vulhals (09/2).
13 BEDIENING
GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor
zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veilig-
heidsinstructies en bedieningsinstructies kan bij-
zonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg
hebben.
■
Lees en volg alle veiligheidsinstructies en be-
dieningsinstructies in deze gebruiksaanwij-
zing op evenals in de gebruiksaanwijzingen
waarnaar wordt verwezen, voordat u de ket-
tingzaag gebruikt!
■
Neem de nationale voorschriften voor de ge-
bruiksduur in acht.
■
Houd de achterste handgreep vast met de
rechterhand en de beugelgreep met de lin-
kerhand.
■
De handgrepen niet loslaten zolang de motor
draait.
■
Gebruik de kettingzaag niet bij:
■
Vermoeidheid
■
Onwel zijn
■
Onder invloed van alcohol, medicijnen of
drugs
13.1 Laadtoestand van de batterij vaststellen
(04)
Aan de voorzijde van de accu bevindt zich een
bedieningspaneel met een druktoets (04/1) en
laadtoestand-leds (04/2 tot 04/5).
1. Druk de druktoets in (04/1).
De laadtoestand-leds branden op basis van
de laadtoestand.
2. Lees de laadstatus af.
Brandende
LED’s
Laadtoestand
Groen (04/2) Accu is volledig opgeladen.
Groen (04/3)
en (04/4)
Accu is voor meer dan 50%
geladen.
Groen (04/4) Accu is voor minder dan 50%
geladen.
Rood (04/5) Accu is volledig ontladen of
accu is oververhit/onderkoeld.
13.2 Controleren van de kettingzaagolie
Handelwijze zie Hoofdstuk 12.8 "Kettingzaagolie
bijvullen (09)", pagina59.