42
WERKINGSMODI
Er zijn meerdere werkingsmodi:
Comfort-modus
U stelt de temperatuur in wanneer u er bent. Het apparaat volgt altijd de
ingestelde Comfort-temperatuur. Deze temperatuur wordt ook gebruikt in de
programmeermodus voor de Comfort-fasen.
Eco-modus
Deze modus wordt gebruikt voor korte afwezigheden (<48u). De Eco-
temperatuur is altijd minstens 2°C lager dan de Comfort-temperatuur. Deze
temperatuur wordt ook gebruikt in de programmeermodus voor de Eco-fasen.
Programmeermodus
Het apparaat volgt de interne programma's voor elke dag van de week. Deze
programma's bepalen op welke tijdstippen van de dag het apparaat de Comfort-
temperatuur (temperatuur ingesteld in de Comfort-modus) of de Eco-temperatuur (temperatuur - 2°C)
moet volgen. Het apparaat bevat al ingestelde programma's. U kunt deze programma's
personaliseren (zie "Programma's personaliseren").
Om de programmeermodus te gebruiken moet eerst de tijd en de dag ingesteld zijn in
Instelling .
Als het apparaat wordt bestuurd via de stuurdraadverbinding:
- volgt het eerst de vorstvrij- en uitschakelopdrachten.
- volgt het de opdrachten Comfort, Comf-1, Comf-2 en Eco alleen buiten de
programmeermodus.
Gebruik
EERSTE GEBRUIK
Druk op een willekeurige toets om het scherm in te schakelen.
Wanneer het apparaat voor het eerst wordt ingeschakeld, is de Comfort-modus actief en is de
temperatuur ingesteld op 19°C.
De eerste keer dat u de verwarming gebruikt kan er een lichte geur worden verspreid afkomstig
van eventuele fabricageresten van het apparaat. Wij raden u aan uw apparaat gedurende 1 uur op
te warmen op 28°C wanneer u het voor het eerst opstart.
COMFORT-MODUS
Comfort-modus selecteren
Temperatuur instellen
Stel de temperatuur in met de toetsen (gewenste temperatuur).