NL - 72
SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
D. Het gele lampje Low Oxygen brandt. 1. Het apparaat bevindt zich in de
“opstartstand”.
1. Wacht tot 15 minuten totdat de opstartperiode is verstreken.
E. Het gele lampje Low Oxygen brandt en met
tussenpozen klinkt het geluidssignaal.
1. Uitstroommeter is niet goed afgesteld. 1. Zorg dat de uitstroommeter is ingesteld op de voorgeschreven waarde. (De
maximale instelling van de owmeter is 6 lpm wanneer een zuurstofes
wordt gevuld met zuurstof uit de extra poort.)
2. Luchtlter is geblokkeerd. 2. Controleer het luchtlter. Als het lter vuil is, wast u het volgens de
reinigingsinstructies op pagina 70.
3. Uitlaat is geblokkeerd. 3. Controleer het uitlaatgebied. Zorg ervoor dat de uitlaat niet wordt
geblokkeerd.
Als de bovengenoemde oplossingen niet werken, neemt u contact op met uw
Drive DeVilbiss-leverancier.
F. Het rode lampje Service Required brandt en
er klinkt een geluidsalarm.
1. Uitstroommeter is niet goed afgesteld. 1. Zorg dat de uitstroommeter is ingesteld op de voorgeschreven waarde. (De
maximale instelling van de owmeter is 6 lpm wanneer een zuurstofes
wordt gevuld met zuurstof uit de extra poort.)
2. Luchtlter is geblokkeerd. 2. Controleer het luchtlter. Als het lter vuil is, wast u het volgens de
reinigingsinstructies op pagina 70.
3. Uitlaat is geblokkeerd. 3. Controleer het uitlaatgebied. Zorg ervoor dat de uitlaat niet wordt
geblokkeerd.
Als de bovengenoemde oplossingen niet werken, neemt u contact op met uw
Drive DeVilbiss-leverancier.
4. Storing aan de elektronische eenheid. 4. Raadpleeg uw Drive DeVilbiss-leverancier.
G. Als zich andere problemen voordoen met uw
zuurstofconcentrator.
1. Schakel uw apparaat uit. Schakel over op uw systeem voor reservezuurstof
en neem onmiddellijk contact op met uw Drive DeVilbiss-leverancier.
OVERZICHT VAN ALARMEN
Dit apparaat bevat een alarmsysteem dat de status van het apparaat bewaakt en waarschuwt in geval van abnormale werking, verlies van essentiële prestaties of storingen.
De alarmcondities worden weergegeven op het LED-display. De functies van het alarmsysteem worden getest bij het opstarten. Alle visuele alarmindicatoren lichten op en het
geluidsalarm (pieptoon) klinkt.
Alle alarmen zijn technische alarmen met lage prioriteit.
Alarmtoestand LED-lampje
Betekenis van
visueel alarmsignaal
Hoorbaar
alarmsignaal
Visueel alarmsignaal
uitgeschakeld door
Uit te voeren actie
Opstartperiode
GEEL Lage O
2
-LED AAN
Nee
Als O
2
na opstartperiode een
niveau van ten minste 86%
bereikt
Wacht totdat de
opstartperiode van het
apparaat is voltooid. Dit kan
tot 15 minuten duren
Lage
zuurstofconcentratie
GEEL Lage O
2
-LED AAN als
O
2
is <86%
Ja
Voordat O
2
daalt tot onder
82%
Schakel apparaat uit
Bekijk tabel voor
probleemoplossing
Storing
RODE Service Required-
LED AAN
Ja Schakel apparaat uit
Stuur het apparaat terug
naar de aanbieder voor
service
RETOURNEREN EN AFVOEREN
Dit apparaat mag niet met het huishoudelijk afval worden afgevoerd. Na gebruik van het apparaat dient het bij de dealer te worden geretourneerd voor verwijdering. Dit
apparaat bevat elektrische en/of elektronische onderdelen die moet worden gerecycled conform EU-richtlijn 2012/19/EU met betrekking tot afgedankte elektrische en
elektrotechnische apparatuur (AEEA) Niet-infectieuze, gebruikte accessoires (bijv. neuscanule) kunnen worden afgevoerd met het huishoudelijk afval. De afvoer van
infectieuze accessoires (bijv. neuscanule van een geïnfecteerde gebruiker) moet worden uitgevoerd via een goedgekeurd afvalverwerkingsbedrijf. Namen en adressen kunnen
bij de plaatselijke gemeente worden verkregen.
SE-1025-1