Inbinden
1. Rugbreedte vaststellen
Leg de bladzijden die gebonden moeten worden onder de meetlat.•
De schuif •
E
naar beneden drukken en de aanbevolen rugbreedte
vandeschaalaezen.
De schuif weer naar boven halen en de bladzijden er uit nemen.•
De rugbreedte is aangegeven op de metalen rug in de inbindomslag.
aantal bladzijden
(80 g/m²)
rugbreedte van de
inbindomslag
15–35
3,5 mm
36–70 7 mm
71–105 10,5 mm
106–140 14 mm
141–175 17,5 mm
176–210 21 mm
211–245 24,5 mm
246–280 28 mm
2. De bladzijden in de inbindomslag zetten
Trek de bundel papier recht, zodat alle zijden van de pagina’s ge-•
lijk aan elkaar zijn.
Plaats de pagina’s in de inbindomslag.•
Let erop dat de afstanden tot de boven- en de onderkant van de •
inbindomslag gelijk zijn.
3. De inbindomslag in het apparaat zetten
Zorg ervoor dat de inbindhendel •
A
volledig naar boven is ge-
haald.
De inbindomslag in de inbindschacht plaatsen.•
De documentsteunen
C
en de houder in de bindeschacht zorgen voor een
stabiele stand.
4. Inbinden
LET OP, gevaar dat vingers en/of handen bekneld raken! Bij
het inbinden de hendel met beide handen vastpakken. Andere
personen uit de buurt van het apparaat houden.
De inbindhendel •
A
met beide handen 1–2 keer naar beneden
drukken tot het indicatievenster
F
volledig groen is.
Hetnuingebondendocumenteruitnemen.•
De ontbinder 7389-00-00 is als afzonderlijk artikel ver krijgbaar. Hiermee
kunt u een ingebonden document tot 3 keer toe heropenen om pagina’s te
verwijderen of toe te voegen.
2
1
3
4