37
carrosseriedelen. Breng de aansluiting tot stand op een zwaar uitgevoerd metalen deel van het
frame of het motorblok.
6.7 Sluit het wisselstroom-netsnoer aan op een stopcontact.
6.8
vervolgens de aansluiting op het chassis en daarna die op de accu.
6.9
EEN VONK BIJ DE ACCU KAN DE ACCU DOEN
EXPLODEREN. BEPERK HET RISICO VAN EEN VONK BIJ
DE ACCU:
7.1
7.2
2
)
7.3
de accu.
7.4 Neem zelf zoveel mogelijk afstand van de accu en plaats het vrije uiteinde van de kabel die
connector van de lader en het vrije uiteinde van de kabel.
7.5 Wend uw gezicht af van de accu wanneer u de laatste verbinding tot stand brengt.
7.6 Sluit het wisselstroom-netsnoer aan op een stopcontact.
7.7 Wanneer u de lader loskoppelt, moet u dat altijd doen in omgekeerde volgorde van de
procedure voor het aansluiten en de eerste aansluiting verbreken terwijl u zoveel afstand houdt,
als praktisch mogelijk is.
7.8
laden is apparatuur nodig die speciaal is ontworpen voor gebruik aan boord van schepen.
RISICO VAN ELEKTRISCHE SCHOK OF BRAND.
8.1
worden gestoken dat op juiste wijze is geïnstalleerd en geaard, in
pennen van de stekker moeten in het stopcontact passen. Niet te
gebruiken met een niet-geaard systeem.
8.2 Breng nooit wijzigingen aan in het wisselstroomsnoer of in de stekker die
worden meegeleverd – past de stekker niet in het stopcontact, dan moet u door een
erkende elektricien een goed stopcontact laten plaatsen. Een onjuiste aansluiting kan
leiden tot een risico van brand, elektrische schok of elektrocutie.
8.3 EEN VERLENGSNOER GEBRUIKEN
dan deze richtlijnen:
•
vorm hebben, als die van de stekker van de lader.
• Let erop dat het verlengsnoer moet zijn voorzien van de juiste bedrading en in goede
elektrische staat is.
•
van de lader.
Aanbevolen minimale AWG-afmeting voor het verlengsnoer:
•
2
).
•
2
).
7.
VOLG DEZE STAPPEN WANNEER DE ACCU BUITEN HET VOERTUIG IS GEPLAATST
8. AARDING EN AANSLUITING VAN HET WISSELSTROOMSNOER
WAARSCHUWING WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING WAARSCHUWING
GEVAAR