Product: Ferm bandzaagmachine
Type BZ-110, art.nr.: 330742
Ferm, Genemuiden, Holland.
Geluidsdrukniveau 85 dB(A)
Geluidsdrukvermogenniveau 95 dB(A) LWA
Trillingen (
a
w) 5 m/s
2
SERIE NUMMER
Het serienummer op de machine komt als volgt tot stand.
Serial nr.
LEES DEZE GEBRUIKSAANWIJZING GOED
DOOR VOORDAT U DE BANDZAAGMA-
CHINE IN GEBRUIK NEEMT!
1. ALGEMEEN
Deze machine is ontworpen voor zowel horizontaal- als
verticaal gebruik. De machine is voorzien van drie snelhe-
den voor het zagen van metaal, kunststof en hout. Nadat
het materiaal is doorgezaagd, komt de machine automa-
tisch tot stilstand. De machine is voorzien van een ver-
stek- en materiaalklem.
2. SPECIALE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
VOOR HET INGEBRUIKNEMEN VAN DE MA-
CHINE
1. Controleer het volgende:
- komt de aansluitspanning van de machine met de
netspanning overeen (machines voor een netspan-
ning van 230V kunnen zonder problemen op een
netspanning van 220V aangesloten worden);
- zijn het snoer en de netstekker in goede staat; ste-
vig, zonder rafels of beschadigingen.
2. Vermijd het gebruik van te lange verlengkabels.
AARDING.
De machine dient aangesloten te worden op een stop-
contact voorzien van randaarde.
Gebruik voor verlenging alleen drie-aderige verleng-
snoeren van voldoende dikte.
HET APPARAAT ONMIDDELIJK UITZETTEN
BIJ:
1. Oververhitting van de machine.
2. Storing in de netstekker, netsnoer of snoerbeschadi-
ging.
3. Defecte schakelaar.
4. Rook of stank van verschroeide isolatie.
3. AFSTELLINGEN
AFSTELLING VAN DE STEUNEN VAN DE
ZAAGBLADGELEIDERS.
Dit is de belangrijkste afstelling van uw machine. De ma-
chine zal geen bevredigende resultaten leveren indien de
zaagbladgeleiders niet goed zijn afgesteld. De zaagbladge-
leiders van uw bandzaag zijn afgesteld voor het zagen van
metaal en op motorkracht getest door er verscheidene
proefsneden mee te maken om een juiste afstelling te ga-
randeren voordat de machine de fabriek verliet. Als de
machine op de juiste wijze wordt gebruikt zal het zelden
nodig zijn de instelling bij te stellen. Als de instelling van de
geleiders niet goed meer is, moet deze worden bijge-
steld. In zo’n geval snijdt het zaagblad niet recht en als
geen bijstelling plaatsvindt kan schade aan het zaagblad
ontstaan. Omdat de afstelling van de geleiders een zeer
belangrijke factor is voor de prestaties van uw zaag, is het
altijd het beste eerst te kijken of een slechte snede verbe-
terd kan wordt door een nieuw zaagblad aan te brengen
voordat u begint met de afstelling van de lagers te veran-
deren. Als een blad bijvoorbeeld aan één zijde sneller bot
wordt dan aan de andere zijde zal het krom gaan snijden.
Door eenvoudig het zaagblad te verwisselen kan dit pro-
bleem verholpen worden, bijstelling van de steunen is
niet alleen moeilijker maar zal dit probleem ook niet ver-
helpen. Als door het verwisselen van het zaagblad geen
verbetering ontstaat, controleer dan de geleiders op aan-
wezigheid van voldoende tussenruimte. Er moet een spe-
ling van 0,001” zijn tussen een blad met een dikte van
0,25” en de geleidesteunen. Om deze afstand te bereiken
moet u het volgende doen:
1. De binnenste geleidingssteun is vast en kan niet wor-
den bijgesteld.
2. De buitenste geleidingssteun is gemonteerd op een
excentrische bus en kan bijgesteld worden.
3. Draai de moer los en houd de bout vast met een sleu-
tel.
4. Breng de bout in de excentrische bus, in de positie
waarin de gewenste speling bereikt wordt.
5. Draai de moer aan.
6. Stel de tweede geleidingssteun op dezelfde manier
bij.
7. De achterrand van het zaagblad moet juist de rand van
de steun van de zaagbladgeleider raken.
AFSTELLING VAN HET BLADGELEIDINGS-
STELSEL
De machine is voorzien van twee instelbare bladgelei-
dingsstellen. Hiermee kunt u de positie van de bladgelei-
ders aanpassen aan verschillende breedten van werk-
stukken, om een zo nauwkeurig mogelijke snede en een
lange levensduur van het zaagblad te garanderen.
De bladgeleidingsstellen moeten zo worden afgesteld, dat
het werkstuk er net tussen past. Dit geschiedt op de volgende
wijze:
1. Plaats het werkstuk in de materiaalklem van de ma-
ORDERNUMMER/BOUWJAAR
Ferm 11
Paliers guide-scie en désaxage.
- Ajustez les paliers du guide-scie.
Lame trop épaisse.
- Remplacez par une lame plus fine.
Fendillement à la soudure.
- Ressoudez avec adresse.
2. Emoussage prématuré de la lame.
Dents trop épaisses.
- Utilisez des dents plus fines.
Vitesse trop élevée.
- Réduisez la vitesse.
Pression d’alimentation inadéquate.
- Réduisez la tension du ressort sur côté de la scie.
Points durs ou écailles sur matériau.
- Réduisez la vitesse et augmentez la pression d’alimen-
tation.
Durcissement du matériau.
- Augmentez la pression d’alimentation en réduisant la
tension du ressort.
Lame déformée.
- Remplacez par une nouvelle lame et réglez la pression.
Pression lame insuffisante.
- Serrez le bouton de réglage de pression de la lame, ré-
duisez la vitesse.
3. Usure inhabituelle sur côte/contre pointe de
la lame:
Guide-scie usés.
- Remplacez.
Paliers guide-scie mal réglés.
- Ajustez suivant manuel pour opérateurs.
Attache palier guide-scie trop lâche.
- Serrez.
4. Dents de lame arrachées:
Dents trop épaisses.
- Utilisez lame à dents plus fines.
Pression trop élevée; vitesse trop faible.
- Réduisez la pression; augmentez la vitesse.
Vibrations de la pièce à travailler.
- Serrez bien la pièce à travailler.
Amassement de copeaux.
- Utilisez lame à dents plus épaisses ou enlevez les co-
peaux.
5. Moteur chauffe trop:
Pression de lame trop élevée.
- Réduisez la pression sur la lame.
Tension de courroie de commande trop élevée.
- Réduisez la tension de courroie de commande.
Lame trop épaisse pour pièce à travailler.
- Utilisez une lame plus fine.
Lame trop fine pour pièce à travailler.
- Utiliser une lame plus épaisse.
Engrenages mal centrés.
- Régler les engrenages pour que la vis sans fin soit au
centre de l’engrenage.
Engrenages ont besoin de graissage.
- Vérifiez le bain d’huile.
Lame se coince pendant la coupe.
- Réduisez l’alimentation et la vitesse.
6. Mauvaises coupes (tordues):
Pression d’alimentation trop élevée.
- Réduisez la pression en augmentant la tension du res-
sort sur côté de la scie.
Paliers guide-scie mal réglés.
- Ajustez les paliers guide-scie, l’écartement doit être in-
férieur à 0,001”.
Pression lame inadéquate.
- Ajustez la pression de lame requise.
Lame émoussée.
- Remplacez la lame.
Vitesse incorrecte.
- Ajustez la vitesse.
Guide-scie trop écartés.
- Réglez l’écartement des guide-scie.
Assemblage des guide-scie trop lâche.
- Serrez.
Guide-scie trop éloigné des boudins.
- Alignez à nouveau la lame en observant les instructions.
7. Mauvaises coupes (grossières):
Trop grande vitesse ou alimentation.
- Réduisez vitesse ou alimentation.
Lame trop épaisse.
- Remplacez par lame plus fine.
Pression de lame insuffisante.
- Ajustez la pression de lame.
8. La lame se tord:
La lame se coince pendant la coupe.
- Réduisez la pression d’alimentation.
Pression de lame trop forte.
- Réduisez la pression de lame.
Laissez effecteur les réparations par un instal-
lateur ou une entreprise de réparation recon-
nue!
ClE l
■
DÉCLARATION DE CONFORMITÉ
(
F
)
Nous declarons sous notre propre responsabilité
que ce produit est en conformité avec les normes
ou documents normalisés suivants
EN292, EN61029-1
EN55014, EN61000-3-2, EN61000-3-3, EN55104
conforme aux réglementations:
89/392/EEC
73/23EEC
89/336/EEC
dès 26-05-1998
GENEMUIDEN NL
G.M. Ensing
Quality department