EasyManua.ls Logo

Festool KS 60 E - Werken Met Het Elektrische Gereedschap

Festool KS 60 E
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
► Pendelbeschermkap [9-4]met één hand
omhoog trekken en vasthouden.
► Zaagblad [9-5] afnemen.
Zaagblad monteren
Zaagblad en flens moeten vrij van stof en ver
ontreiniging zijn om een zuivere loop van het
zaagblad te garanderen.
Zaagblad en flens moeten vrij van stof en
verontreiniging zijn om een zuivere loop van het
zaagblad te garanderen.
► Nieuw zaagblad [9-5] inbrengen.
Het opschrift van het zaagblad moet
zichtbaar zijn. De draairichting van het
zaagblad moet met de richting van de pijl
[9-9] overeenkomen!
► Flens [9-8] zo inbrengen dat de pasvormen
van flens, opnamedraad en zaagblad in elk
aar grijpen.
► Spindelstop [9-1]indrukken en vasthouden.
► Zaagblad met inbussleutel [9-7]draaien tot
de spindelstop inklikt.
► Moer [9-6] inbrengen en tegen de richting
van de pijl vastdraaien.
Gevaar voor letsel!Controleer na de
zaagbladwisseling of het zaagblad stevig
is bevestigd. Door een losse moer kan het zaag
blad losraken.
8 Werken met het elektrische
gereedschap
WAARSCHUWING
Wegvliegende gereedschap-/werkstukon
derdelen
Gevaar voor letsel
► Draag een veiligheidsbril!
► Bij het gebruik andere personen op afstand
houden.
► Werkstukken altijd goed vastzetten.
► Schroefklemmen volledig op het werkstuk
zetten.
WAARSCHUWING
Pendelbeschermkap sluit niet
Gevaar voor letsel
► Zagen onderbreken.
► Aansluitkabel uit stopcontact trekken, zaa
gresten verwijderen. Bij beschadiging pen
delbeschermkap laten vervangen.
Voor veilig werken
Bij het werken alle aan het begin vermel
de veiligheidsvoorschriften en de volgen
de regels in acht nemen:
– Correcte werkpositie:
– vooraan aan de bedienerkant;
– recht tegenover de zaag;
– naast de zaagbladlijn.
– Bij het werken het elektrisch gereedschap
altijd met de bedienende hand aan de
handgreep [1-1] vasthouden. De vrije hand
altijd buiten het gevarenbereik houden.
– Geleid de machine alleen in ingeschakelde
toestand tegen een werkstuk.
– Aanzetsnelheid aanpassen om overbelas
ting van de machine of, bij het zagen van
kunststof, het smelten van kunststof te
voorkomen.
– Zorg ervoor dat de sterknop [2-9] en de
draaiknop [2-6] zijn aangetrokken.
– Niet bij een defecte elektronica van het
elektrisch gereedschap werken, omdat dit
tot te hoge toerentallen kan leiden. Een de
fecte elektronica heeft als gevolg dat de
zachte aanloop niet goed functioneert en de
toerentalregeling uitvalt.
8.1 Werkstuk spannen
Waarschuwing! Eigenschappen van het
werkstuk in acht nemen:
Gevaar voor letsel
Goede bevestiging - Werkstukken tegen aan
slagliniaal leggen. Geen werkstukken bewerken
die niet goed kunnen worden vastgezet.
Grootte - Geen te kleine werkstukken bewer
ken. Afgesneden reststuk mag om veiligheids
redenen niet kleiner dan 30 mm lang zijn. Klei
ne werkstukken kunnen door het zaagblad naar
achteren in de spleet tussen zaagblad en aan
slagliniaal getrokken worden.
Correct ondersteunen - Maximale werkstukaf
metingen in acht nemen. Verlengingen van de
werkstuksteun altijd gebruiken en bevestigen.
In het werkstuk kunnen anders interne span
ningen optreden die tot plotselinge vervormin
gen kunnen leiden. Zo nodig aanwijzingen voor
werkstukafmetingen in acht nemen (zie hoofd
stuk )
7.4 .
Bij het inspannen als volgt te werk gaan [7]
► Zaagaggregaat tot de aanslag naar beneden
drukken.
► Hendel voor transportvergrendeling
[7-1]omslaan.
Nederlands
81

Table of Contents