124
SMS 305 18-EC
worden vastgeklemd of met de hand
te worden vastgehouden. Als uw hand
te dicht bij het zaagblad is, bestaat er een
verhoogd risico op letsel als gevolg van
contact met het zaagblad.
Het werkstuk moet stationair zijn en
vastgeklemd of vastgehouden worden
tegen de aanslagliniaal en de tafel. Voer
het werkstuk op geen enkele manier
met de 'vrije hand' aan richting het
zaagblad. Loszittende of bewegende
werkstukken kunnen met een hoge
snelheid worden weggeslingerd, wat letsel
tot gevolg heeft.
Druk de zaag door het werkstuk.
Trek de zaag niet door het werkstuk.
Om een snede te maken, beweegt u
de zaagkop omhoog en trekt u hem
boven het werkstuk zonder te zagen,
start de motor, druk de zaagkop naar
beneden en zaag door het werkstuk.
Door te zagen met de trektechniek kan het
zaagblad bovenop het werkstuk klimmen
en met geweld het gemonteerde zaagblad
richting de bediener slingeren.
Steek uw hand niet over de beoogde
zaaglijn, noch voor, noch achter het
zaagblad. Het werkstuk met 'gekruiste
handen' ondersteunen, bijv. door het
werkstuk met de rechterhand vast te
houden en het zaagblad met de linkerhand
te bedienen of andersom, is erg gevaarlijk.
Rijk niet dichter dan 100 mm achter de
aanslagliniaal, van elke kant uit gezien
van het zaagblad, om houtresten te
verwijderen, of om welke andere reden
dan ook terwijl het zaagblad nog draait.
De nabijheid van het draaiende zaagblad
bij uw hand is misschien niet duidelijk,
maar u kunt ernstig gewond raken.
Inspecteer uw werkstuk alvorens te
zagen. Als het werkstuk is gebogen of
vervormd, klem het dan vast met de
naar buiten gebogen kant richting de
aanslagliniaal. Zorg er altijd voor dat
er geen spleet is tussen het werkstuk,
aanslagliniaal en de tafel langs de
zaaglijn. Gebogen of vervormde
werkstukken kunnen draaien of omhoog
komen en vastraken in het draaiende
zaagblad tijdens het zagen. Er mogen zich
geen spijkers of vreemde voorwerpen in
het werkstuk bevinden.
Gebruik de zaag niet voordat de tafel
vrij is van gereedschappen, houtstukken
etc., behalve het werkstuk natuurlijk.
Klein vuil of losse stukken hout of andere
voorwerpen die in contact komen met het
draaiende zaagblad, kunnen met een hoge
snelheid worden weggeslingerd.
Zaag slechts één werkstuk per
keer. Meerdere op elkaar gestapelde
werkstukken kunnen niet voldoende
worden vastgeklemd of vastgehouden
en kunnen vastraken in het zaagblad of
omhoog schieten tijdens het zagen.
Zorg ervoor dat de verstekzaag op een
vlak, stevig oppervlak is gemonteerd of
geplaatst alvorens hem te gebruiken.
Een vlak en stevig oppervlak vermindert
het risico dat de verstekzaag onstabiel
wordt.
Plan uw werkzaamheden. Elke keer als
u de hoekinstelling voor de afschuining
of verstek verandert, moet u ervoor
zorgen dat de aanpasbare aanslagliniaal
juist is ingesteld om het werkstuk
juist te ondersteunen en het zaagblad
of het beschermingssysteem niet
belemmert. Zonder het gereedschap op
‚ON‘ te zetten en zonder een werkstuk op
de tafel, beweegt u het zaagblad door
een compleet gesimuleerde zaagsnede
om er zeker van te gaan dat er geen
belemmering of gevaar ontstaat dat de
aanslagliniaal wordt doorgezaagd.
Zorg voor voldoende ondersteuning
zoals een verlenging van de tafel,
zaagbokken etc. voor een werkstuk
dat breder of langer is dan de tafel.
Werkstukken die langer of breder zijn
dan de tafel van de verstekzaag kunnen
kantelen als ze niet veilig worden
ondersteund. Als het uitgezaagde stuk of
het werkstuk kantelt, kan het de onderste
bescherming optillen of kan het tegen het
draaiende zaagblad worden geslingerd.
Gebruik geen andere persoon als
vervanging voor een tafelverlenging
of als een extra steun. Een onstabiele
ondersteuning voor het werkstuk kan
ertoe resulteren dat het zaagblad vast
komt te zitten of het werkstuk omhoog
komt tijdens het zagen, waardoor u en uw
hulp in het draaiende zaagblad worden
getrokken.