5
4. Bediening
Voorbereiding van het voertuig
1. Controleer of de koplampen van het voertuig schoon en droog zijn.
2. Als het voertuig is uitgerust met een hoogteverstelling voor de koplampen, dient U deze op 0
te zetten.
3. Zet de wielen recht en controleer of alle 4 de banden de juiste bandenspanning hebben.
4. Plaats een gewicht van 70kg op één van de voorstoelen.
5. Start de motor van het voertuig, wanneer het voertuig is uitgerust met pneumatische vering,
dient men de auto 5 minuten van tevoren te starten. LET OP! Zorg voor een goede
afzuiginstallatie en/of ventilatie in de werkomgeving, het inademen van koolmonoxide
gassen kan ernstige gevolgen hebben voor uw gezondheid!
Positioneren en instellen van de koplamptester
6. Positioneer de koplamptester ongeveer 20cm van de rechter koplamp van het voertuig.
7. Meet de hoogte van de vloer tot het midden van de koplamp.
8. Plaats nu de optische kamer op gelijke hoogte, de bovenkant van de geleider dient als
referentiepunt voor de hoogte op de meter van de kolom. De maximaal toegestane afwijking
is 3cm.
9. Controleer of de optische kamer waterpas staat door te kijken op de waterpas binnenin,
wanneer deze niet helemaal waterpas staat, stel deze dan in door de hendel omhoog te
bewegen. U kunt nu de optische kamer omhoog of omlaag bewegen.
10. Lijn het apparaat nu uit met de auto d.m.v. de spiegel, gebruik als referentiepunt de
bovenkant van de voorruit of de koplampen, deze dienen dan precies op één lijn te liggen
met de lijn op de spiegel. Is dit niet het geval, manoeuvreer het apparaat dan tot dit wel het
geval is.