NL
106
• Gasflessen altijd staand gebruiken; nooit neer-
leggen.
• Probeer nooit het gasventiel of de drukregelaar
te demonteren.
• Gasslangen nooit blootstellen aan direct zonlicht
of in contact brengen met verhitte oppervlakken.
• Bij functiestoringen moet de gasregelaar van de
gasfles direct worden dichtgedraaid en moet u
wachten totdat het vuur uit is.
Onderhoud
• Bij alle werkzaamheden aan het apparaat altijd
de gasregelaar van de gasfles dichtdraaien.
• Alle aansluitingen van de gasleiding controleren
op lekkage. Controleer voor elk gebruik de gas-
slang op scheuren of schade. Vervang deze
eventueel.
• Uitsluitend de hier beschreven onderhoudswerk-
zaamheden en de oplossingen voor het verhel-
pen van storingen mogen worden uitgevoerd.
Alle overige werkzaamheden moeten door een
technicien worden uitgevoerd.
• Er mogen uitsluitend originele reserveonderde-
len worden gebruikt. Deze reserveonderdelen
zijn uitsluitend voor het apparaat vervaardigd en
geschikt. Overige reserveonderdelen leiden niet
tot het vervallen van de garantie, maar ze kunnen
een risico vormen voor u en uw omgeving.
Apparaatspecifieke veiligheidsaanwijzingen
• Alleen voor gebruik in de buitenlucht.
• Lees de gebruiksaanwijzing voordat u het appa-
raat gaat gebruiken.
• LET OP: Toegankelijke delen kunnen zeer heet
zijn. Houd kinderen op afstand.
• Het apparaat moet bij gebruik uit de buurt van
brandbare materialen worden gehouden.
• Verplaats het apparaat niet tijdens het gebruik.
• Sluit de gastoevoer van de gasfles af na gebruik.
• Het apparaat mag niet worden gemodificeerd.
• Leg de gasslang zodanig neer dat deze niet
gedraaid of geknikt kan raken. Gebruik de
bestaande verbindingspunten op het apparaat
voor de geleiding van de gasslang.
• Gasslangen moeten regelmatig worden gecon-
troleerd en vernieuwd wanneer de nationale
regelgeving dit vereist en/of de geldigheidsduur
is overschreden.
• Het type slang waarmee het apparaat is verbon-
den met de gasfles wordt gespecificeerd door de
fabrikant. De maximale lengte van 1,5 m mag
niet worden overschreden!
• Door de fabrikant verzegelde componenten
mogen onder geen voorwaarde worden gemani-
puleerd.
• Gebruik uitsluitend door de fabrikant goedge-
keurde en gecertificeerde gasregelaars.
• Gebruik nooit houtskool of andere vaste brand-
stoffen voor een gasbarbecue.
• Gebruik de barbecue alleen buiten, nooit in
gesloten ruimten.
• Ventilatieopeningen van de ruimte waar de gas-
fles staat opgesteld, mogen nooit worden afge-
sloten, ook niet bij opslag.
• Laat het gastoestel volledig afkoelen voordat u u
de gasfles verwisselt. Houd alle ontstekingsbron
-
nen bij het verwisselen van de gasfles uit de
buurt.
• Gebruik de barbecue nooit onder een afdak.
• Gebruik de barbecue nooit in laaggelegen terrei-
nen waar ontwijkend gas zich kan ophopen.
• De veilige werking van de barbecue kan uitslui-
tend worden gewaarborgd wanneer deze op een
vaste, egale en voldoende draagkrachtige onder
-
grond wordt gemonteerd en opgesteld.
• Controleer alle gasleidingsaansluitingen op lek-
kage. Controleer voor elk gebruik of de gasslang
scheuren of beschadigingen vertoont. Vervang
deze eventueel.
• Plaats de gasfles alleen in de kast onder het
apparaat als daar een bijbehorende houder aan-
wezig is.
• Draai bij brandend vet alle gasregelaars en het
ventiel van de gasfles onmiddellijk dicht en wacht
totdat het vuur gedoofd is.
• Houd de stroomkabel en gasslang uit de buurt
van hete vlakken.
• Plaats de barbecue voorafgaand aan de inge-
bruikname op een veilige, vlakke ondergrond en
zo mogelijk uit de wind.
• Kinderen en huisdieren mogen niet zonder toe-
zicht in de buurt van de barbecue komen. Wees
extra voorzichtig bij het aansteken!
• Reinig de barbecue pas wanneer het apparaat
volledig is afgekoeld.
• Draag bij het grillen altijd barbecuehandschoe-
nen.
• Draag kleding die geschikt is voor het grillen.
Lange loshangende mouwen vatten snel vlam!
• Laat na het grillen de hete barbecue nooit zonder
toezicht staan. Gevaar voor letsel en brand!
• Een gasbarbecue mag nooit met water worden
geblust.
• Gebruik daarvoor de juiste middelen. Bescherm
langstelig bestek tegen de hitte. Met vorken
mogen alleen volledig gegrilde producten wor-
den opgeprikt, beter geschikt zijn tangen en spa-
tels. Bij het opprikken van gegrild voedsel met
een vork kan vet naar buiten komen en vlam vat-
ten.
• Verhit de barbecue voordat u deze voor het eerst
gaat gebruiken en laat de brandstof gedurende
minstens 30 minuten doorgloeien.
• Voeg nooit aanmaakvloeistof of in aanmaak-
vloeistof gedrenkte kolen aan hete of warme
kolen toe.
• As pas verwijderen, als deze volledig is afge-
koeld. Hete as niet aan het huishoudelijk afval
toevoegen. Brandgevaar!
• Bewaar het voedsel gekoeld of bevroren ter
bescherming tegen bacteriën die ziekten kunnen
veroorzaken. Ontdooi bevroren voedsel in de
koelkast of in de magnetron voordat u het gaat
grillen. Bewaar rauw vlees en vis gescheiden van
andere voedingsmiddelen. Reinig alles dat in
contact met rauw vlees of vis is geweest. Laat
maaltijden goed gaar koken en bewaar restjes
onmiddellijk gekoeld.
Gasgrill_405501_428949_428955_428951_428948.book Seite 106 Donnerstag, 5. Dezember 2019 11:19 11