6.2 Gebruiksmodes
Dit apparaat kan gebruikt worden in afvoer- of in recirculatie-
modus (standaard instelling bij levering)
6.2.1 Afvoer modus
De aangezogen lucht wordt door de vetlters eerst gereinigd
alvorens afgevoerd te worden naar buiten. Dit kan gedaan
worden door gebruik te maken van kanaalwerk aangesloten
tussen het apparaat en een wanduitblaasrooster.
Om het apparaat in afvoer modus te zetten, houd de
toetsencombinatie
+
en
‐
en gedurende 3 seconden
ingedrukt wanneer de afzuigtoren gesloten is. De led naast de
reinigingsindicatie recirculatielter knippert 3x.
6.2.2 Recirculatie modus
De aangezogen lucht wordt door de vetlters eerst gereinigd.
Daarna ontdaan van geuren door de recirculatielter alvorens
de lucht terug in de keuken wordt ingeblazen.
Om het apparaat in recirculatie modus te zetten (standaard
instelling), houd de toetsencombinatie
+
en
‐
en
gedurende 3 seconden ingedrukt wanneer de afzuigtoren
gesloten is. De led naast de reinigingsindicatie recirculatielter
brandt gedurende 3 seconden.
6.3 In- en uitschakelen en naloopfunctie
WAARSCHUWING: Bij het inschakelen van afzuiging
komt automatisch de afzuigtoren centraal in de
inductiekookplaat omhoog naar de gewenste
hoogte. Zorg ervoor dat niets de beweging kan
hinderen.
Afzuigtoren:
Inschakelen
Display
Druk op
en houd 2 seconden ingedrukt
led
licht op
Naloopfunctie inschakelen
1ste led
knippert
Druk op
Naloopfunctie uitschakelen
led
dooft
Druk op
Naloopfunctie: Deze functie wordt gestart na het beëindigen
van het koken. Hierbij worden voor een bepaalde vaste tijd
alle laatste kookdampen uit de keuken opgenomen door de
afzuigtoren op de lage afzuigstand van 7 cm. Bij recirculatie
worden hierbij tevens de recirculatielters gedroogd.
De nalooptijd is standaard ingesteld op 30 minuten in
recirculatiemodus en 10 minuten in afvoermodus. Het is
aangeraden om altijd deze functie volledig uit te voeren. Na het
beëindigen van de nalooptijd schakelt de motor en afzuigtoren
zich automatisch uit en sluit de afzuigtoren zich.