96
NL BE
Werken met het drietandse/
viertandse mes
Draag tdens het werken altd
het draagtuig en gepaste vei-
ligheidskleding. Draag oog-,
gehoor- en hoofdbescherming.
Zorg ervoor dat het mes cor-
rect is geïnstalleerd. Vervang
beschadigde of stompe werk-
tuigen. Er bestaat een risico op
verwondingen.
Bewerk met het mesblad alleen
vre, effen oppervlakken. Inspecteer
zorgvuldig het oppervlak dat u wilt
maaien en verwder alle vreemde
voorwerpen. Zorg ervoor dat u niet
tegen stenen, metaal of andere hin-
dernissen stoot. Dit kan namelk het
mes beschadigen en er kan terugslag
optreden.
• Houd de snkop over de grond als u
werkt en draai het apparaat als een
trimmer in gelkmatige bogen langzaam
weg en weer.
• Houd de snknop niet schuin.
• Gebruik het apparaat niet om wildgroei
of ondergroei te snoeien.
• Controleer het mes regelmatig op schade
en vervang beschadigde messen.
Als het apparaat vibreert
Reinig het apparaat, verwder eventuele
grasresten van de maaikop en de bescherm-
kap. (zie „Verzorging en onderhoud“)
Verzorging en onderhoud
Voer onderhouds- en reini-
gingswerkzaamheden in prin-
cipe b een uitgeschakelde
motor en een uitgeplugde
bougiestekker (
2) door.
Laat werkzaamheden die
niet in deze bedieningshand-
leiding worden beschreven,
uitvoeren op een door ons ge-
autoriseerde servicepunt.
Gebruik uitsluitend originele
onderdelen en nooit metaal-
achtige draden. Het gebruik
van niet-originele onderdelen
kan letsel en onomkeerbare
schade aan het apparaat ver-
oorzaken en uw garantie komt
onmiddellk te vervallen.
Apparaat reinigen
Reinig na iedere maaibeurt de maai-inrich-
ting en de beschermkap.
Bescherm uw apparaat tegen
beschadiging!
• Het apparaat mag niet worden afgespo-
ten met of gedrenkt in water.
• Gebruik geen reinigings- c.q. oplosmiddel.
De spoel vervangen
B gebruik van de draadspoel
moet de veiligheidsafdekking
in zn geheel gemonteerd
zn. (Zie hoofdstuk: “Verleng-
stuk van veiligheidsafdekking
demonteren/monteren”.)
1. Schakel de motor uit.
2. Leg het apparaat op de grond
en zorg er beslist voor dat er
geen brandstof uitloopt en dat
het apparaat veilig ligt.
3. Blokkeer de bevestigingsas (51)
met behulp van de inbussleutel