EasyManua.ls Logo

REVELL Control SHADOW CAM - Page 18

REVELL Control SHADOW CAM
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Nederlands
Nederlands
•Zethetmodelaltijdopeenvlakkeondergrond.Eenschuinvlakkanhetstartgedrag
van het model onder bepaalde omstandigheden negatief beïnvloeden.
•Beweegderegelaarsaltijdlangzaamenmetgevoel.
•Houdhetmodelaltijdinhetoog,kijknietnaardezender!
•Beweegdeliftkrachtregelaarweereenbeetjenaarbenedenzodrahetmodel
loskomt van de grond. Pas de liftkrachtregelaar aan om de vlieghoogte te handhaven.
•Beweegdeliftkrachtregelaarietsnaarbovenalshetmodelteveeldaalt.
•Beweegdeliftkrachtregelaarweerietsnaarbenedenalshetmodelteveelstijgt.
•Hetisvaakalgenoegomderichtingsregelaareenheelkleinbeetjeindegewenste
richting te tikken om een bocht te maken. De eerste keren dat met het model wordt
gevlogen, heeft men meestal de neiging de regelaars te heftig te bedienen. Beweeg
de regelaars altijd langzaam en voorzichtig, in geen geval snel en schokkerig.
•Beginnerskunnennahetafstellenvandetrimhetbesteerstdebeheersingvande
liftkrachtregelaar oefenen.
Het model hoeft aanvankelijk niet per se rechtuit te vliegen. Het is beter om eerst te
proberen een constante hoogte van ongeveer een meter boven de grond te handhaven
door de liftkrachtregelaar steeds kortstondig aan te raken. Oefen daarna pas met het
naar links en rechts sturen van het model.
AANWIJZINGEN VOOR VEILIG VLIEGEN
ALGEMENE VLIEGTIPS:
Opmerking: Voor een rustig vlieggedrag van het model hoeven de regelaars maar mini-
maal te worden bewogen! De richtingsindicaties hebben betrekking op de vliegrichting
terwijl het model van achteren wordt gezien. Als het model naar de piloot toe vliegt,
moet in de betreffende tegenovergestelde richting worden gestuurd.
7A Beweegdeliftkracht-/draaiingsregelaar(2C) voorzichtig naar voren om op te stijgen
of hoger te gaan vliegen.
7BBeweegderegelaarvoorliftkracht/draaien (2C) naar achteren om te landen of
lager te gaan vliegen.
7C Beweeg de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen (2I) voorzichtig
naar voren om vooruit te vliegen.
7D Trek de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen (2I) voorzichtig naar
achteren om achteruit te vliegen.
7E Beweeg de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen (2I) voorzichtig
naar links om naar links te vliegen.
7F Beweeg de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen (2I) voorzichtig
naar rechts om naar rechts te vliegen.
7G Beweegdeliftkracht-/draaiingsregelaar (2C) naar links om het model linksom te laten
draaien.
7HBeweegdeliftkracht-/draaiingsregelaar(2C) naar rechts om het model rechtsom
te laten draaien.
2D Video-knop: Als u kort op de videoknop drukt, wordt een foto gemaakt. Als de
videoknop ongeveer drie seconden lang wordt ingedrukt, wordt een video-opname
gestart. Als de knop opnieuw drie seconden wordt ingedrukt, stopt de opname. Alleen
opnamen die met deze knop zijn gestopt, worden opgeslagen.
2G Turboschakelaar: Bij het inschakelen is het laagste snelheidsniveau geactiveerd.
Als de knop eenmaal wordt ingedrukt, wordt het middelste niveau geactiveerd en
klinken er twee piepsignalen. Als er nogmaals op de knop wordt gedrukt, piept de
zender drie maal kort en is het hoogste snelheidsniveau geactiveerd. Door nogmaals
op de knop te drukken, wordt het laagste snelheidsniveau weer geactiveerd.
2H Flip-knop: Telkens wanneer op de fliptoets wordt gedrukt, maakt het model een
flip (looping) in de richting waarin direct daarna wordt gestuurd met de regelaar voor
vooruit/achteruitenzijwaartsvliegen(2I). Activeer deze functie alleen als er voldoende
ruimte beschikbaar is en het model ten minste 2 meter hoog vliegt.
7 BESTURING
6C Als het model vanzelf snel of langzaam naar voren of naar achteren be-
weegt ...
druktudetrimregelaarvoorvooruit/achteruitvliegen(2J) een aantal maal in de
tegenovergestelde richting.
6 TRIMMEN VAN DE BESTURING
6B Als het model vanzelf snel of langzaam om zijn as draait ...
drukt u de trimknop voor draaien (2A) in de tegenovergestelde richting in.
6A Als het model vanzelf snel of langzaam naar links of rechts beweegt ...
drukt u de trimregelaar voor zijwaarts vliegen (2K) een aantal maal in de tegenovergestelde
richting.
Voor een goed vlieggedrag van het model is het noodzakelijk dat de besturing juist is
getrimd. Het afstellen van de trim is eenvoudig, maar er is wel wat geduld en gevoel
voor vereist. Neem de volgende aanwijzingen in acht: Beweeg de liftkrachtregelaar
voorzichtig naar boven en laat de helikopter opstijgen tot een hoogte van 0,5 à 1 meter.
2P Knop voor Headless Mode: Met de Headless Mode worden beginnende vliegers
ondersteund, doordat de quadrocopter altijd in de richting vliegt waarin wordt gestuurd
metderegelaarvoorvooruit/achteruitenzijwaartsvliegen(2I), ongeacht de draaiing
diehettoestelheefttenopzichtevandepiloot.Eenvoorbeeld:alshetmodel180°
gedraaid is en u het naar u toe wilt laten vliegen, moet u voor uw gevoel achteruit
vliegen en links en rechts omwisselen. Als de Headless Mode is geactiveerd, is dat niet
meer nodig, omdat de interne processor de stuurrichtingen steeds automatisch om-
rekent. Als de Headless Mode is geactiveerd, knipperen de led‘s in het model steeds
tweemaal kort. Door nogmaals op de knop 2P te drukken, wordt de Headless Mode
weer gedeactiveerd.
Let op: Telkens bij het inschakelen registreert het model uw oriëntatie. Dat betekent,
dat u zich vervolgens bij het sturen niet mag draaien, omdat u dan in een andere
stand komt ten opzichte van het model. Als u van positie bent veranderd en de
HeadlessModetochwiltgebruiken–ofalsdestuurrichtingnietmeerkloptdooreen
botsing–moethetmodelopnieuwwordenopgestart.
8A Plaatsen van de geheugenkaart: Om videos te kunnen opnemen, moet de
micro-SD-geheugenkaart worden geplaatst. Schuif deze met de contacten naar voren
en naar boven voorzichtig in de sleuf aan de linkerzijde van de camera (1H), tot hij
vastklikt. Forceer de kaart niet, anders kan de camera of de geheugenkaart vernield
worden. Er kunnen alleen normale micro-SD-geheugenkaarten worden
gebruikt, HC-kaarten worden niet ondersteund.
8B Verwijderen van de geheugenkaart: De micro-SD-geheugenkaart kan uit de
camerawordenverwijderddooropdegeheugenkaarttedrukken.Wanneerereen
zachte klik te horen is, wordt de kaart gedeeltelijk naar buiten geschoven, waarna
deze met de vingers uit de camera kan worden getrokken.
8C Uitlezen van de geheugenkaart: De micro-SD-geheugenkaart kan met behulp
van de meegeleverde usb-adapter op een computer worden uitgelezen. Steek de
usb-adapter hiervoor in een vrije usb-poort en plaats de micro-SD-kaart met de
contactennaarvorenindeadapter.Letop:dekaartpastslechtsopéénmanierinde
adapter,forceerniet.Wanneerdekaartendeadaptercorrectzijngeplaatst,verschijnt
er een melding op de computer.
8 GEHEUGENKAART
34 35

Related product manuals